Bij de behandeling van borstkanker zijn verschillende operaties mogelijk. Of een operatie past bij uw behandelplan (en welke operatie) hangt af van uw persoonlijke situatie. Uw medisch specialist bespreekt dit met u. Daarnaast is er de mogelijkheid voor een borstreconstructie. Er zijn verschillende methoden om een borstreconstructie uit te voeren. De mammachirurgen werken tijdens de operatie vaak samen met plastisch chirurgen die ervoor zorgen dat er na het verwijderen van de borstkanker weer een fraai resultaat ontstaat.

Borstsparende operatie

Bij een borstsparende operatie verwijderen we de tumor inclusief een rand gezond borstweefsel in zijn geheel. Bij deze operatie wordt in principe ook de schildwachtklierprocedure of een okselklieroperatie verricht. Na de operatie onderzoek de patholoog het verwijderde weefsel. De uitslag is medebepalend voor de keuze van de nabehandeling.

Enkele weken na de operatie wordt uw borst voor een periode van ongeveer vijf weken bestraald (radiotherapie). De bestraling is gericht op het voorkomen van de plaatselijke terugkeer van de ziekte. De kans op genezing na een borstsparende operatie met bestraling komt overeen met de kans op genezing na een borstamputatie. 

Lokalisatie van de tumor 

Indien de afwijking in de borst niet voelbaar is, wordt er voor de operatie een radioactief zaadje in de borst geplaatst. Dit zaadje markeert de precieze plaats van de tumor in de borst. Lees meer in onze (PDF) patiëntenfolder: 'Lokalisatie van de tumor bij borstkanker'.

Borstverwijdering

Bij een borstverwijdering verwijderen we het borstklierweefsel en het vetweefsel (eventueel met de huid en de tepel/tepelhof). Bij deze operatie wordt in principe ook de schildwachtklierprocedure of okselklieroperatie verricht. Het verwijderd weefsel wordt na de operatie door de patholoog onderzocht. De uitslag is medebepalend voor de keuze van de nabehandeling. Tegelijk met de borstverwijdering kan reconstructie plaatsvinden. Dit kan ook maanden of jaren later.

We merken dat er bij veel borstkankerpatiënten onrust is ontstaan door de eerdere berichtgeving in de media (eind 2015) over het onderzoek van het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). De onderzoekers zagen dat patiënten met borstsparende behandeling een betere overleving hadden dan patiënten met een volledige borstverwijdering (amputatie).

Daarbij is het belangrijk aan te geven dat het onderzoek plaats heeft gevonden met gegevens uit de periode 2000-2004. In die periode waren niet alle tumorkenmerken bekend en werden om die reden niet meegenomen in het onderzoek. Ook werden de gegevens over borstkanker in de familie nog niet meegenomen. De behandeling anno 2015 is erg veranderd en sterk verbeterd. Borstkanker is divers; het kent vele verschijningsvormen en er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden die per patiënt verschillend kunnen zijn.

Wij zijn dan ook van mening dat de conclusie van de onderzoekers voorbarig is. Graag verwijzen we naar de website van Borstkankervereniging Nederland voor nadere toelichting. Op betreffende website vindt u ook veelvoorkomende vragen en antwoorden terug. Als u nog meer informatie wenst, dan adviseren wij u contact op te nemen met uw eigen medisch specialist of mammacareverpleegkundige van onze borstkliniek.

Okselklieroperatie

Uit onderzoek blijkt dat borstkanker het eerst uitzaait naar één of twee lymfeklieren die zich meestal in de oksel bevinden (de schildwachtklieren). Vanaf de schildwachtklieren kunnen de uitzaaiingen  zich verder verspreiden naar de andere lymfklieren. Tijdens de operatie van de borst kunnen we deze schildwachtklieren opsporen en verwijderen voor microscopisch onderzoek. Als na de borstoperatie blijkt dat één of meer schildwachtklieren kankercellen bevatten dan is verdere behandeling van de  lymfklieren meestal nodig. Dit kan zijn een okselklieroperatie waarbij alle lymfeklieren verwijderd worden of bestraling van de oksel.  Als de schildwachtklieren geen kankercellen hebben, halen we de overige lymfeklieren niet weg. 

Borstreconstructie

Bij een borstverwijdering bestaat de mogelijkheid voor een borstreconstructie. Een borstreconstructie kan tegelijkertijd met een borstverwijdering plaatsvinden of maanden of jaren later. Hiervoor is een verwijzing nodig naar de plastisch chirurg. De plastisch chirurg kan tijdens de operatie waar de borst verwijderd wordt een eerste stap zetten richting een reconstructie van de borst. Er zijn verschillende methoden om een borstreconstructie uit te voeren. Een borstreconstructie kan plaatsvinden met een inwendige prothese of door gebruik te maken van uw eigen weefsel. De plastisch chirurg bespreekt met u welke methode het meest geschikt is voor u.

De mammachirurgen werken tijdens de operatie vaak samen met plastisch chirurgen die ervoor zorgen dat er na het verwijderen van de borstkanker weer een fraai cosmetisch resultaat ontstaat. De operaties verlopen zoveel mogelijk synchroom, zodat er maar één narcose plaats hoeft te vinden. In principe wordt een reconstructie aan iedere patiënt aangeboden, echter bij sommige patiënten is er een voorkeur om een reconstructie op een later moment te doen. De behandelende specialist bespreekt dit ook met u indien dit voor u geldt.

Een corrigerende ingreep is ook na een borstsparende operatie mogelijk. Dit kan zowel aan de geopereerde borst als aan de niet geopereerde borst.

De plastisch chirurg zal proberen, na een borstverwijdering, een zo natuurlijk mogelijke nieuwe borst te creëren. Echter voelt deze altijd anders aan. Ook qua vorm zal deze borst afwijken van de oorspronkelijke borst. Soms is een 'lifting' van de andere borst nodig als er asymmetrie aanwezig is. Ook kan het zijn dat er een  borstverkleining nodig is.

Mammachirurg H.J. Heijmans en plastisch chirurg Hinne Rakhorst werken samen voor het optimale resultaat.