Een groot gedeelte van de diabetespatiënten wordt behandeld door de huisarts. Er zijn echter redenen om u naar het ziekenhuis te verwijzen voor de behandeling. Redenen kunnen zijn:

  • diabetes mellitus type 1.
  • diabeters mellitus type 2, waar specialistische zorg nodig is.
  • zwangerschapsdiabetes - diabetes en een zwangerschap(wens).
  • diabetes met complicaties of andere ziektebeelden.
  • kinderen met diabetes.

De behandeling van diabetes is afhankelijk van het type diabetes dat u heeft. 

  1. Bij diabetes type 1 is het lichaam niet in staat insuline aan te maken. De behandeling bestaat uit insulinetherapie. Dit is een ingrijpende verandering, in het leven. Uw behandelende internist en diabetesverpleegkundige zullen u hierin begeleiden. Zij bespreken alle mogelijkheden, binnen insulinetherapie met u.
  2. De eerste en belangrijkste stap in behandeling van diabetes type 2 is gezonde voeding en voldoende lichamelijke beweging. De websites eten met diabetes en blijf in beweging van het Diabetes Fonds geven meer informatie hierover. Meer informatie over ZGT Obesitascentrum vindt u hier. Wanneer aanpassing van voeding en lichaamsbeweging onvoldoende effect heeft op uw diabetesregulatie, zal uw behandelend arts starten met medicatie. Tijdens het spreekuur zult u hierover geïnformeerd worden. Meer informatie over medicatiemogelijkheden vindt u hier

Behandelingen

Orale medicatie

Bij de behandeling van diabetes mellitus type 2 komen orale bloedglucoseverlagende middelen in aanmerking, indien geen goede bloedglucoseregulatie wordt bereikt met voorlichting, aanpassing van de voeding, en stimulering van lichaamsbeweging.

Insuline

De volgende stap bij diabetes mellitus type 2 is toevoeging van insulinetherapie, of een GLP1-agonist.
Bij de diagnose diabetes mellitus type 1 wordt meteen gestart met insuline therapie.

Zwangerschapsdiabetes

Behandeling van zwangerschapsdiabetes bestaat in eerste instantie uit voedingsadviezen. Het is belangrijk om inname van koolhydraten te verdelen over de dag. Wanneer dit onvoldoende effect heeft, wordt u doorverwezen naar de internist en diabetesverpleegkundige, voor het opstarten van insulinetherapie. De folder zwangerschapsdiabetes geeft meer informatie hierover.

Hulpmiddelen insulinepompen en sensoren

Als u insuline gebruikt, is een insulinepomp een behandelmogelijkheid. Deze geeft steeds kleine hoeveelheden (snelwerkende) insuline af. De bloedglucosewaarde blijft daardoor vaak stabieler, dan bij het spuiten van insuline met een insulinepen. Voor een maaltijd en hoge glucosewaarden, laat u de pomp extra insuline afgeven: een bolus. De pomp onthoudt hoeveel insuline is afgegeven, zodat u dit achteraf kunt terugzien. Voor het slagen van insulinetherapie met een insulinepomp is uw motivatie erg belangrijk. Het vraagt onder andere voldoende inzicht in uw diabetes, zelfcontrole van glucosewaarden en het leren tellen van koolhydraten in uw voeding.

Uw diabetesbehandelteam bekijkt met u in hoeverre u in aanmerking komt, voor gebruik van een insulinepomp. Als u in aanmerking komt voor pomptherapie, krijgt u voorlichting over het gebruik van de pomp, van zowel de pompleverancier als het diabetesbehandelteam*.

* Tijdens het gebruik van de insulinepomp is begeleiding door het diabetes behandelteam noodzakelijk.

In de chronische fase leest u minimaal één keer per maand de pomp uit en verzendt, als er vragen/problemen zijn, de gegevens naar de diabetesverpleegkundige met zijn/haar bevindingen over het rapport.

Vergoeding

Het gebruik van een uitwendige insulinepomp (inclusief toebehoren, zoals het infuussysteem en pleisters) worden volledig vanuit het basispakket, door uw zorgverzekeraar vergoed. De meeste zorgverzekeraars vergoeden iedere vier jaar een aanvraag, voor een vervangende insulinepomp. Voor meer informatie over vergoedingen kunt u terecht bij de Nederlandse Diabetes Federatie.

Evaluatie gebruik insulinepomp

In het overleg zijn afgevaardigden van het diabetes behandelteam aanwezig. Als behandeldoelen niet behaald zijn, bespreken de patiënt en het diabetes behandelteam de oorzaken waarom deze doelen niet gehaald zijn en maken partijen nadere afspraken die er op gericht zijn de doelen alsnog te bereiken. Tussentijdse bijstelling van de behandeldoelen wordt schriftelijk vastgelegd. Indien het diabetes behandelteam tot de conclusie komt dat – ondanks tussentijdse evaluaties en nadere afspraken - redelijkerwijs niet te verwachten valt dat de behandeldoelen in voldoende mate zullen worden bereikt, zal het diabetes behandelteam in overleg met de patiënt de insulinepomptherapie staken en zal weer worden overgegaan op toediening van insuline met een insulinepen. Tevens kan het behandelteam de insulinepomptherapie niet verlengen/ stopzetten als niet aan gemaakte afspraken, begeleiding voldaan wordt. Gemaakte afspraken zijn dat u voldoet aan de criteria van het consensusdocument van de diabetesfederatie. Deze criteria zijn minimaal drie controleafspraken op de diabetespoli, u de behandeldoelen probeert te behalen, u kennis heeft van koolhydraten en er geen taalbarrière is.

Meer informatie over het zoeken van een passende pomp, vind u bij Pompnet

Insuline in combinatie met een glucosesensor

Bestaat de diabetesbehandeling uit een intensief insulineschema dan kan gebruik gemaakt worden van een glucosemeter zonder vingerprik om de glucosewaarde te bepalen. Dit kan met de Freestyle Libre. Een kleine sensor, die u op de achterkant van uw bovenarm draagt, meet dag en nacht automatisch de glucose en slaat deze op nadat u gescand heeft. De gegevens die gemeten worden door de FreeStyle Libre glucosemeter kunnen u en uw arts meer inzicht geven in de oorzaak van eventuele glucoseschommelingen in uw bloed. Voeding en beweging kunnen ook een belangrijke rol spelen in deze schommelingen. Daarnaast kunt u samen met uw arts, diëtist en/of diabetesverpleegkundige de waarden bespreken om uw behandeling te optimaliseren.

Heeft u diabetes type 1 en kampt u met ernstige hypoglykemieën en/of kunt u deze niet waarnemen (hypo-unawareness)? Dan komt u niet in aanmerking voor de FreeStyle Libre glucosemeter.

Dan kan er in overleg met uw behandeld arts of diabetesverpleegkundige een continue glucosemeter sensor aangevraagd worden met een alarmfunctie.