Borstkanker

Borstkanker is een kwaadaardige aandoening van de borst. De aandoening komt vooral voor bij vrouwen, maar ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Het ontstaan van borstkanker heeft meestal meerdere oorzaken.

Wat is borstkanker?

Borstkanker, ook wel mammacarcinoom genoemd, is een kwaadaardig gezwel in de borst. Het is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in de westerse wereld. Ongeveer één op de acht vrouwen krijgt in haar leven borstkanker.

De kans op borstkanker neemt toe vanaf ongeveer 35 jaar. De meeste vrouwen die borstkanker krijgen, zijn ouder dan 50 jaar. Ook mannen kunnen borstkanker krijgen. In Nederland krijgen elk jaar ongeveer 100 mannen deze ziekte.

Voor borstkanker is geen één duidelijke oorzaak aan te wijzen. Vaak spelen meerdere factoren een rol, zoals hormonen en erfelijke aanleg.

Meer informatie over verschillende soorten borstkanker en mogelijke behandelingen is te vinden via Borstkanker.nl.

Symptomen die kunnen wijzen op borstkanker

Niet alle knobbeltjes of veranderingen in de borst zijn kwaadaardig. Er bestaan ook goedaardige borstafwijkingen. Veranderingen aan de borst zijn altijd een reden om contact op te nemen met de huisarts.

Mogelijke symptomen zijn:

  • een knobbeltje in de borst

  • een deukje in de borst

  • een ingetrokken tepel

  • eczeem of roodheid rond de tepel

  • vocht of bloed uit de tepel

De huisarts kan beoordelen of verder onderzoek nodig is.

Risicofactoren voor borstkanker

Verschillende factoren kunnen het risico op borstkanker vergroten, zoals:

  • erfelijke aanleg

  • een eerdere goed- of kwaadaardige borstaandoening

  • hormonale factoren, zoals een vroege eerste menstruatie of een late overgang

Het hebben van één of meerdere risicofactoren betekent niet dat borstkanker ook daadwerkelijk ontstaat.

Erfelijkheid en borstkanker

Bij ongeveer 5 tot 10 procent van de mensen met borstkanker speelt erfelijkheid een rol. Er zijn erfelijke veranderingen bekend, zoals een BRCA-mutatie en een verandering in het CHEK2-gen.

De medisch specialist beoordeelt of erfelijkheid in jouw situatie mogelijk van belang is en of verwijzing naar een erfelijkheidsarts nodig is.

Gesprek met de erfelijkheidsarts

Na verwijzing volgt een gesprek met een klinisch geneticus (erfelijkheidsarts). Daarbij wordt gekeken naar medische gegevens en familiegeschiedenis. Op basis daarvan wordt beoordeeld of DNA-onderzoek zinvol is.

Ook komen aan bod:

  • de mogelijkheid van extra borstcontroles

  • voor welke familieleden adviezen gelden

  • de voor- en nadelen van DNA-onderzoek

De keuze voor DNA-onderzoek ligt altijd bij jou.

Meer informatie over erfelijke vormen van borst- en eierstokkanker is beschikbaar via Radboud UMC.