Spraakapraxie

Weet je wat je wilt zeggen, maar lukt het uitspreken niet goed? Logopedie helpt je om de aansturing van het spreken te verbeteren.

Wat is spraakapraxie?

Bij spraakapraxie werken de spieren die je gebruikt om te spreken nog goed. Het probleem zit in de aansturing van deze spieren door de hersenen. De oorzaak is altijd hersenletsel.
Een opvallend kenmerk van spraakapraxie is dat je vaak zoekende mondbewegingen maakt. Het lukt soms niet om een woord goed uit te spreken, terwijl je precies weet wat je wilt zeggen. De problemen verschillen per keer: het zijn niet steeds dezelfde klanken of woorden die moeilijk zijn. Spraakapraxie komt vaak samen voor met afasie.

Onderzoek en diagnose

De logopedist onderzoekt met een spraakapraxieonderzoek wat de aard en de ernst van je problemen zijn. Daarbij letten we op de bewegingen van je gezicht en mond en op de uitspraak van losse klanken en woorden. Zo brengen we je beperkingen en mogelijkheden in kaart. Ook kijken we hoe de spraakapraxie je dagelijkse communicatie beïnvloedt.

Therapie

De behandeling kan plaatsvinden tijdens een opname in het ziekenhuis, poliklinisch of als onderdeel van een poliklinische revalidatiebehandeling. Hoe vaak je therapie krijgt, hangt af van de ernst van je klachten en van wat je aankunt.

Tijdens de behandeling werken we met technieken die de aansturing van de articulatiespieren makkelijker maken. Zo leer je het spreken als het ware opnieuw te automatiseren. Soms leer je ook een hulpmiddel gebruiken om je communicatie te ondersteunen. Omdat regelmatig oefenen belangrijk is, krijg je oefeningen mee om thuis te doen.