Behandeling van spataderen

Spataderen kunnen op verschillende manieren worden behandeld. Welke behandeling het beste bij je past, hangt af van het type spatader en de ernst van de klachten.

Welke behandelingen zijn mogelijk?

De keuze voor een behandeling is afhankelijk van:

  • het type spatader

  • de ernst en uitgebreidheid van de klachten

Met een duplexonderzoek wordt gekeken of de kleppen in de aderen nog goed werken. Op basis hiervan bespreken we samen welke behandeling het meest geschikt is.

Compressietherapie

Compressietherapie bestaat uit het dragen van een drukverband of therapeutische kousen. Deze behandeling ondersteunt niet alleen de klachten, maar werkt ook op de oorzaak.

De druk van de kous of het verband helpt de kuitspierpomp bij het terugstromen van bloed naar het hart. Door het samenknijpen van oppervlakkige aderen verbetert de afvoer van bloed uit de benen.

Inspuiten van spataderen (sclerocompressietherapie)

Bij deze behandeling wordt een vloeistof in de spatader gespoten met een dun naaldje. Hierdoor raakt de ader geïrriteerd en plakt deze dicht. Na verloop van tijd verandert de spatader in littekenweefsel en is deze nauwelijks nog zichtbaar.

Vaak zijn meerdere prikjes nodig. Om te voorkomen dat de ader weer opengaat, krijg je een stevig drukverband. Dit draag je minimaal één week. Daarna draag je nog drie weken overdag een steunkous.

Je mag het been meestal de dag na de behandeling weer normaal belasten. Soms ontstaat een bruine verkleuring van de huid. Deze verdwijnt niet altijd volledig.

Echogeleide foamsclerose

Echogeleide foamsclerose is een vorm van sclerotherapie waarbij de vloeistof wordt gemengd met lucht. Hierdoor ontstaat schuim dat langer aan de vaatwand blijft kleven. Met deze methode kunnen ook grotere spataderen worden behandeld.

De behandeling vindt plaats op het vaatlaboratorium. Onder echo-geleide prikt de vaatchirurg de aangedane ader aan en spuit het schuim in. Meestal is één prik voldoende.

Mogelijke bijwerkingen zijn:

  • een lichte aderontsteking (verdwijnt meestal vanzelf)

  • harde plekjes door oud bloed onder de huid

  • tijdelijke verkleuring van de huid

Zelden treden kortdurend een droge hoest of kort wazig zien op.

Na de behandeling krijg je een drukverband en een steunkous. Het drukverband verwijder je na een week. De steunkous draag je:

  • de eerste week dag en nacht

  • daarna nog twee weken overdag

Je mag direct weer bewegen, werken en sporten. Wel adviseren we om op de dag van de behandeling extra te bewegen.

VNUS-behandeling (endoveneuze behandeling)

De VNUS-behandeling vindt poliklinisch plaats en duurt ongeveer 30 tot 60 minuten.

Via een klein sneetje wordt een katheter in de spatader gebracht. Met echo-onderzoek wordt de juiste positie gecontroleerd. Daarna wordt verdovingsvloeistof langs de ader ingespoten. Dit kan even gevoelig zijn.

De katheter geeft warmte af waardoor de binnenkant van de ader wordt verhit en sluit. Deze ader is niet meer nodig omdat het bloed via gezonde aderen wordt omgeleid.

Mogelijke risico’s

Na de behandeling kunnen harde strengen of knobbels ontstaan. Deze verdwijnen meestal binnen zes tot acht weken. Soms kan er:

  • tijdelijke huidirritatie ontstaan

  • een infectie van het wondje optreden

  • een tijdelijk doof gevoel zijn

Deze klachten verdwijnen meestal vanzelf.

Nazorg

Na de behandeling draag je één dag een steunkous. Je dagelijkse activiteiten kun je daarna weer oppakken. De eerste dagen is het belangrijk:

  • zware inspanning te vermijden

  • veel te blijven lopen

  • niet te zwemmen, baden of naar de sauna te gaan

Je krijgt pijnstilling voorgeschreven. Neem deze twee uur vóór en één dag na de behandeling in.

Operatieve behandeling

Soms is een operatie nodig, bijvoorbeeld als meerdere kleppen in de lies of knieholte lek zijn.

Afsluiten van lekkende kleppen

Via een kleine snede in de lies of knieholte wordt de verbinding tussen de oppervlakkige ader en de diepe ader opgeheven. Deze ingreep gebeurt meestal in dagbehandeling. Eventuele restspataderen kunnen later poliklinisch worden weggespoten.

Verwijderen van de oppervlakkige stamader

Als de stamader over een groter traject lek is, wordt deze van lies tot knie verwijderd met een speciaal instrument. Hierbij ontstaat vaak een bloeduitstorting die in enkele weken vanzelf verdwijnt. Uitgezette zijaderen kunnen via kleine sneetjes worden verwijderd.

Na de operatie krijg je een drukverband, dat de volgende dag mag worden verwijderd. Daarna draag je:

  • één week dag en nacht een elastische kous

  • daarna drie weken alleen overdag

De hechtingen lossen vanzelf op. De eerste dagen doe je het rustig aan, maar blijf je wel bewegen. Na enkele dagen mag je het been weer normaal belasten. Het advies is om:

  • één week niet te werken

  • minimaal twee weken niet te sporten