Kleine dermatologische ingrepen

Sommige huidaandoeningen kunnen worden behandeld met een kleine ingreep. Deze behandelingen vinden meestal plaats onder plaatselijke verdoving en je kunt daarna weer naar huis.

Kleine dermatologische ingrepen

Sommige huidaandoeningen kunnen worden behandeld met een kleine ingreep. Deze ingrepen vinden meestal poliklinisch plaats en gebeuren onder plaatselijke verdoving.

Cryotherapie

Bij cryotherapie wordt een huidaandoening bevroren met vloeibare stikstof. Vaak gebeurt dit met een spray. Verdoving is meestal niet nodig. Door de bevriezing sterft het aangedane weefsel af en valt het vanzelf weg. De huid geneest daarna vanzelf. Soms blijft er een lichte verkleuring achter.

Curettage

Bij curettage schraapt de arts de huidafwijking oppervlakkig weg met een speciaal instrument. Dit kan ook gebeuren om weefsel te onderzoeken. De huid wordt vooraf lokaal verdoofd.

Excochleatie

Excochleatie lijkt op curettage, maar gebeurt met een scherper instrument. Je krijgt een plaatselijke verdoving rondom de huidafwijking.

Electrocoagulatie

Met electrocoagulatie kan de arts huid- en vaatafwijkingen wegbranden. Ook wordt deze techniek gebruikt om kleine bloedvaatjes dicht te branden, bijvoorbeeld na een curettage.

Excisie

Bij een excisie snijdt de arts een huidafwijking weg. Dit kan nodig zijn om medische redenen, zoals bij huidkanker, of om cosmetische redenen, bijvoorbeeld bij een moedervlek. Je krijgt een plaatselijke verdoving. De wond wordt gehecht. Meestal wordt het verwijderde weefsel onderzocht om zeker te weten dat alles is verwijderd.

Correctieve ingrepen na excisie

Soms kan een wond na een excisie niet direct worden gesloten. Dan kan de arts gebruikmaken van een plastiek. Hierbij wordt huid uit de omgeving verschoven om de wond netjes te sluiten. Dit gebeurt vaak in het gezicht en geeft een mooi resultaat zonder kleurverschil.

Bij een full thickness graft wordt een stukje huid in de volle dikte verplaatst naar de plek waar eerder een tumor is verwijderd.