Schildklieroperatie

Wat is een schildklieroperatie?

Bij een schildklieroperatie verwijdert de chirurg een deel of de hele schildklier.

Een operatie kan nodig zijn als een schildkliernodus klachten veroorzaakt of als er een te grote kans is dat een nodus kwaadaardig is. Ook bij een vergrote schildklier die tegen je luchtwegen of slokdarm drukt, kan een operatie nodig zijn.

Soorten schildklieroperaties

Er zijn twee soorten schildklieroperaties: een hemithyreoïdectomie en een totale thyreoïdectomie.

Bij een hemithyreoïdectomie verwijdert de chirurg één helft van je schildklier.

Deze operatie kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd als in deze helft een nodus zit waarvan weefselonderzoek nodig is om een definitieve diagnose te kunnen stellen.

De andere helft van de schildklier kan meestal de functie overnemen. Bij ongeveer 1 op de 4 patiënten is na de operatie toch behandeling met schildklierhormoon nodig.

Bij een totale thyreoïdectomie verwijdert de chirurg de hele schildklier.

Dit kan bijvoorbeeld nodig zijn als je veel schildkliernoduli hebt waardoor je schildklier vergroot is en tegen je luchtwegen of slokdarm drukt.

Na het verwijderen van de hele schildklier maakt je lichaam zelf geen schildklierhormoon meer. Je moet daarom levenslang schildklierhormoon gebruiken in de vorm van levothyroxine.

Mogelijke complicaties

Zoals bij iedere operatie kunnen een nabloeding en infectie ontstaan.

Bij een schildklieroperatie probeert de chirurg de stembandzenuwen en bijschildklieren te sparen.

Verandering van je stem

Schade aan een stembandzenuw kan leiden tot heesheid of een verandering van je stem. Vaak is dit tijdelijk. Verbetering van je stem kan tot een jaar na de operatie optreden.

Te laag calciumgehalte

Door kneuzing of verwijdering van de bijschildklieren kan het calciumgehalte in je bloed te laag worden. Je kunt dan last krijgen van tintelingen of kramp in je handen, voeten of rond je mond.

Krijg je tintelingen? Neem dan contact op met je behandelaar. Met bloedonderzoek kan het calciumgehalte worden gecontroleerd. Als dit te laag is, kan behandeling met calcium en actief vitamine D nodig zijn.