Naar het ziekenhuis

Babetje

Moet je naar de dokter? Dan ga je samen met je vader, moeder of verzorger naar het ziekenhuis. Bij een bezoek aan het ziekenhuis moet je kunnen laten zien wie je bent, dit doe je met een geldig identiteitsbewijs. Dit mag een paspoort of ID-kaart zijn. Het ziekenhuis is een heel groot gebouw. Eerst moet je je bij de balie melden. De meneer of mevrouw bij de balie vertelt jou en je vader, moeder of verzorger waar jullie heen moeten lopen. Want daar zit de dokter.

Bij de dokter

Hoor je je naam roepen? Dan ben je aan de beurt. Dan mag je met vader, moeder of verzorger naar een kamertje waar de dokter zit. De dokter heeft een lange witte jas aan. De dokter vertelt eerst wie hij of zij is en daarna vraagt hij aan jou waarom je bent gekomen. Je mag de dokter precies zeggen wat er aan de hand is. Heb je pijn? Vertelt het maar aan de dokter. Of misschien voel je je wel een beetje misselijk. De dokter kan je dan helpen. Je hoeft niet bang te zijn hoor: de dokter vindt niks raar of gek.

Onderzoeken

Iedereen in het ziekenhuis wil veel van je weten. Daarom doen ze onderzoeken. Ze kijken bijvoorbeeld hoe groot je bent, hoeveel je weegt of hoe snel je hart klopt. Soms kijken ze ook naar je bloed. Dan krijg je een prik maar schrik niet! Dat doet meestal niet zo’n pijn. Vind je het spannend? Gelukkig mag je vader, moeder of verzorger de hele tijd bij je blijven.

Op de foto

Soms moet de dokter in je lijf kijken. Dat lukt natuurlijk niet zomaar. Dan moet hij een speciale foto laten maken. Dat noemen ze een röntgenfoto. Dat klinkt als runt-gun-foto. Je voelt helemaal niks als ze zo'n foto maken. En het duurt maar heel even. Net als bij een gewone foto. Je moet alleen heel even goed stilzitten.