Mondkapje in ZGT verplicht Let op: het dragen van een mondkapje is voor alle patiënten, bezoekers en begeleiders vanaf 12 jaar in ZGT verplicht. Een faceshield mag alleen aanvullend worden gebruikt naast het mondkapje (Bent u een mondkapje vergeten? Dan kunt u deze kopen bij de receptie.)
ZGT, 6 november 2020 16:30

Wetenschap draagt bij aan betere zorg

Traumachirurg Han Hegeman is onlangs aangesteld als Associate Professor bij de vakgroep Biomedische Signalen en Systemen van de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica van de Universiteit Twente (UT). En houdt zich in die hoedanigheid bezig met wetenschappelijk onderzoek. Nog maar nauwelijks gestart met zijn werkzaamheden voor de UT is de meerwaarde van de verbinding tussen de zorg en technologisch onderzoek en onderwijs al duidelijk merkbaar.

Het bovengemiddeld interesse voor medisch-wetenschappelijk onderzoek ontstond jaren geleden. Hegeman: “In ZGT zien we veel kwetsbare ouderen met een gebroken heup. We wilden de zorg voor deze patiënten nog beter maken. Zo ontstond in 2008 het idee voor een Centrum voor Geriatrische Traumatologie (CvGT).” Als copromotor was Hegeman betrokken bij het promotieonderzoek van Ellis Folbert, verpleegkundig specialist. Dit onderzoek toonde aan dat deze multidisciplinaire aanpak in het CvGT succesvol was. Er waren minder complicaties en de kans op overlijden in het eerste jaar na de breuk was beduidend lager dan gemiddeld in vergelijking met de percentages die beschreven werden in de literatuur.

Elkaar versterken

In 2016 begon prof. dr. Miriam Vollenbroek als wetenschapscoördinator bij ZGT. “Door haar aanstelling werd de band met de UT aangehaald”, vervolgt Han. “Aandacht voor wetenschappelijk denken en onderzoek op de werkvloer werd steeds vanzelfsprekender. Er werden contacten gelegd met diverse vakgroepen van de UT. Binnen de faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica ga ik me vooral bezighouden met biomedische signalen en systemen. En het toepassen van technologie in de traumachirurgie.”

“Met als doel de oudere patiënt met een fractuur de best mogelijke zorg te bieden. Dit willen we onder andere bereiken door het doen van onderzoek naar en ontwikkeling van continue monitoringssystemen die inzicht kunnen geven in het verwachte herstel van een patiënt na een botbreuk. Zo wordt het gebruik van draagbare sensoren voor het monitoren van de revalidatie na een operatie vanwege een gebroken heup onderzocht. Zowel in het ziekenhuis, alsook na ontslag, in het revalidatiecentrum. Het herstel van patiënten vanaf 70 jaar wordt in dit onderzoek met behulp van wearable devices (MOX/Fitbit) continu gemonitord. Dit levert veel data op waardoor er meer inzicht verkregen kan worden in het herstel na een dergelijke operatie. Daarnaast kan er bij ongunstig afbuigen van het functioneel herstel eerder worden ingegrepen.”

Een ander onderwerp waar Hegeman zich graag in wil verdiepen is data gedreven zorg waarbij predictiemodellen worden ontwikkeld die de kans op een uitkomst van een behandeling kunnen voorspellen. Deze zouden te zijner tijd de zorgprofessional en patiënt kunnen ondersteunen bij het maken van een behandelplan. “In het verleden hebben we de Almelo Hip Fracture Score (AHFS) ontwikkeld. Heupfracturen komen vaak voor bij ouderen. Deze patiënten hebben een hoog risico op vroegtijdig overlijden. De AHFS was een eerste aanzet tot een predictiemodel die het risico op vroegtijdig overlijden probeert te voorspellen na een operatie vanwege een gebroken heup. Met behulp van Machine Learning technieken willen we kijken of we dit predictiemodel kunnen verbeteren.”

                                                                                           Traumachirurg Han Hegeman met patiënt   

“Door de samenwerking met de UT ontstaan er meer kansen om de wetenschap verder uit te breiden.”

Aandacht voor nieuwe ontwikkelingen

“Als ziekenhuis zijn we gebaat bij contact met meerdere vakgroepen, elke discipline heeft zijn eigen kennis en kunde en kan van toegevoegde waarde zijn voor ons ziekenhuis. En dat is nou zo mooi van mijn aanstelling. Nu ik iedere donderdag voor de UT werk, merk ik dat het eenvoudiger is geworden om contacten te leggen met andere wetenschappers. Of je hoort ‘daar is hij of zij ook mee bezig’. En er ontstaan allemaal nieuwe ideeën.”

“Wij zijn nu bijvoorbeeld bezig met het opzetten van een onderzoek naar het belasten van een gebroken enkel na een operatie. Een patiënt mag na een dergelijke operatie de eerste zes weken niet belasten. Terwijl het waarschijnlijk zo is dat deels belasten, bijvoorbeeld 50%, ook al eerder zou kunnen. Maar hoe weet een patiënt wanneer hij 50% belast? De ene patiënt denkt bij 20% belasting wellicht al dat hij niet meer mag belasten. Terwijl een andere patiënt dat pas denkt bij een belasting van 80%. Er wordt nu een onderzoeksvoorstel geschreven voor het doen van onderzoek met druksensoren om de belasting en balans na een operatie vanwege een gebroken enkel te monitoren.” 

Er zijn meer kruisverbanden. ‘Slimme pleisters’ die tegelijk temperatuur, ademhaling en hartslag kunnen meten. De gegevens worden opgeslagen, draadloos uitgelezen en via wifi doorgestuurd naar de onderzoekers. Die proberen dan patronen te herkennen waarmee iets over de klinische toestand van de patiënt kan worden gezegd. Of door knijpkracht van de hand te meten. De patiënt knijpt hiervoor in een balletje en via een bluetooth verbinding wordt er contact gemaakt met de knijpkrachtmeter op een smartphone. Knijpkracht zegt mogelijk iets over de veerkracht van ouderen en daarmee het vermogen om te herstellen na een operatie vanwege een gebroken heup.”

Toekomstbeeld

“Als mij gevraagd wordt ‘wat ik met het doen van wetenschappelijk onderzoek zou willen bereiken’ is het antwoord: met behulp van allerlei technologieën beter kunnen voorspellen bij welke patiënt een gecompliceerd beloop wordt verwacht voor, tijdens of na een operatie vanwege een gebroken bot. Gebruik maken van monitoringstechnieken en het analyseren van grote hoeveelheden data biedt mogelijkheden om de kwaliteit van de zorg voor onze (oudere) traumapatiënten nog beter te maken. Vervolgens hoop ik met de uitkomsten van deze onderzoeken de geleverde zorg in het ziekenhuis te verbeteren.”