ZGT, 10 april 2019 11:58

ZGT heeft op drie onderdelen verbetermaatregelen in gang gezet

Ieder jaar leveren wij, net als andere ziekenhuizen, onze kwaliteitsindicatoren aan bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Dit zijn scores die uit moeten drukken hoe wij op verschillende onderdelen van onze zorg scoren. Bijvoorbeeld op het gebied van de oncologische zorg, aantal ingrepen, wondzorg en pijnmeting. In totaal leveren wij ruim honderd kwaliteitsindicatoren aan bij de IGJ.

Daar waar scores opvallend zijn ten opzichte van andere ziekenhuizen, vraagt de IGJ ons om toelichting en eventuele verbetermaatregelen. Op basis van de kwaliteitsindicatoren over het jaar 2017, heeft ZGT een aantal verbetermaatregelen in gang gezet. Hierbij gaat het om maatregelen om de kwaliteit van zorg(processen) verder te verbeteren, maar ook door sterk in te zetten op het monitoren van de verschillende kwaliteitsaspecten. 

Op drie onderdelen hebben wij de IGJ een nadere toelichting gegeven: (1) het tijdig toedienen van antibiotica voor een operatie, (2) de screening van ondervoeding voor operaties en (3) het sterftecijfer van ZGT. Hieronder deze indicatoren toegelicht.

Tijdig toedienen van antibiotica

Bij iedere operatie bestaat een kans op een wondinfectie. Er zijn landelijke richtlijnen voor hoe je deze zogenaamde ‘postoperatieve’ wondinfecties zoveel mogelijk kan voorkomen. Bijvoorbeeld met hygiënemaatregelen, luchtbehandeling in de OK, werken met steriele materialen en bij bepaalde operatiegroepen het toedienen van antibiotica.

Uit onderzoek is gebleken dat de werking van antibiotica het meest optimaal is, wanneer deze een kwartier tot een uur voor de start van een operatie is toegediend. Door het voorafgaand toe te dienen, heeft de patiënt tijdens de operatie al een bepaalde bloedspiegel, waardoor het beste effect van de antibiotica wordt behaald.

ZGT meet wanneer antibiotica wordt toegediend en wanneer de operatie start. Het percentage patiënten dat in 2018 tijdig de antibiotica heeft toegediend gekregen voorafgaand aan de operatie betreft 92,5%. Van de 7,5% die volgens de registratie géén tijdige antibiotica toegediend heeft gekregen, is een analyse uitgevoerd, om vervolgens verbeteracties vast te stellen in het proces naar de operatie toe.

Overigens scoort ZGT onder het landelijke gemiddelde op het gebied van infecties na een operatie.

Screening op ondervoeding

Als patiënten ondervoed een operatie ingaan, verloopt herstel na de operatie over het algemeen moeizamer. Het streven is dan ook om patiënten in een zo goed mogelijke (voedings)toestand te krijgen voor zij een operatie ondergaan. Daarom is screening op ondervoeding voor een operatie een belangrijk onderdeel. Dit gebeurt op de preoperatieve screening (POS). Daar worden onze patiënten goed gescreend voordat zij een operatie ingaan.

De IGJ vroeg ons uitleg waarom ons percentage ‘patiënten die door screening als ondervoed worden herkend’ lager lag dan het landelijke gemiddelde van 4%. Dit ligt niet aan de screening zelf, maar aan het onvoldoende vastleggen van de resultaten, waardoor het systeem een vertekend beeld geeft. Deze indicator is inmiddels weer opgenomen in het kwaliteitsdashboard van ZGT (aanvankelijk werd deze namelijk niet meer uitgevraagd door de IGJ). Het unithoofd en de procescoördinator voeding monitoren wekelijks op naleving.

Het sterftecijfer

ZGT doet er alles aan patiënten zo goed en veilig mogelijk te helpen. Toch komt het voor dat patiënten overlijden. Jaarlijks wordt voor ieder ziekenhuis het sterftecijfer berekend: dit cijfer heet de Hospital Standardised Mortality Ratio (HSMR). ZGT maakt (net als andere ziekenhuizen) het sterftecijfer ieder jaar openbaar. Dit evenals de sterftecijfers per diagnose- en patiëntengroep; de SMR's (Standardized Mortality Rate). De HSMR van de Nederlandse ziekenhuizen varieert in 2017 van 58 tot 127. De HSMR van ZGT is 111; het 95% betrouwbaarheidsinterval is 101–121. Dat betekent dat de HSMR van ZGT voor 2017 statistisch hoger is dan het landelijk gemiddelde. ZGT heeft medio 2018 een verbeterplan geïmplementeerd om dit belangrijke onderwerp goed in beeld te hebben. Met de aanschaf van de monitoringstool ‘Hospital Data Viewer’ kan nu per diagnosegroep een goede analyse worden gemaakt van eventuele oorzaken van te hoge sterftecijfers, zodat we daar gerichte acties op kunnen zetten.

Duidelijk is dat beter registreren nodig is om zo een representatiever beeld te krijgen in ons ziekenhuis. Het sterftecijfer komt tot stand door de werkelijke sterfte te vergelijken met de te verwachte sterfte op basis van patiëntkenmerken. Hierdoor is een juiste registratie van de kenmerken (hoofd-, maar juist ook nevendiagnoses van een patiënt) erg belangrijk. De resultaten van onze analyses worden met alle vakgroepen besproken. De medisch specialisten hebben een actieve rol om de eventueel benodigde verbetermaatregelen te nemen.

Daarnaast verzamelen we meldingen van incidenten, complicaties en calamiteiten via ons eigen meldsysteem. Dat gebeurt niet alleen bij overleden patiënten, maar bij alle patiënten waarbij de zorg anders is verlopen dan van tevoren was verwacht. De resultaten van die onderzoeken gebruiken we om onbedoelde schade bij patiënten te voorkomen en onze zorgprocessen verder te verbeteren.