Datadokters op de diabetespolikliniek

12 maart 2026
  • pihc diabase 2.jpg

Steeds meer mensen met diabetes type 1 dragen tegenwoordig een glucosesensor. Zo’n sensor meet dag en nacht de bloedglucose in het bloed, en genereert enorme hoeveelheden data - maar wat gebeurt er eigenlijk met al die informatie? In ZGT bouwen artsen en technisch geneeskundigen aan een unieke database: DIABASE. Een langlopend project dat sensor- en pompdata koppelt aan ziekenhuisinformatie. Het doel: minder gissen, sneller bijsturen.

Het begon met een simpele gedachte: al die gegevens die verzameld worden, daar moet meer mee gebeuren. "Er zijn veel mensen met diabetes die zo'n sensor hebben," vertelt prof. dr. Goos Laverman (UT/ZGT), diabetesspecialist en projectleider van DIABASE. "Daarmee wordt dus ook veel data verzameld. De vraag is: hoe kunnen we daar meer rendement uit halen, en er gebruik van maken om de zorg te verbeteren?"

Van idee naar voucher naar database

Die vraag leidde tot DIABASE: een database met gegevens van inmiddels zo'n 700 mensen met type 1-diabetes. Het project ontving in 2020 een voucher vanuit het Pioneers in Health Care Innovatiefonds. Die voucher maakte een tijdelijke aanstelling van een tweede technisch geneeskundige mogelijk die het project mee hielp op te zetten. "We doen nu ook onderzoek samen met twee andere centra," zegt Laverman enthousiast. "En dankzij de voucher konden we doorlopend studenten meenemen: tot nu toe zijn er zo’n tien masterprojecten technische geneeskunde gedaan."

Eén van de studenten van de Universiteit Twente onderzocht bijvoorbeeld hoelang je moet meten met zo'n sensor om betrouwbaar te kunnen zeggen hoe iemands glucoseregulatie is. Internationale experts houden twee weken aan. "De student heeft dat tot op de bodem uitgezocht," vertelt Laverman. "Dan blijkt dat je met twee weken heel ver komt. Maar wil je het met zo veel mogelijk zekerheid weten, dan zou je zo'n dertig dagen moeten meten."

Een andere UT-student deed onderzoek naar het optimaliseren van de behandeling met insulinepompen en haalde zelfs een tien voor zijn masterscriptie. Die student is nu genomineerd voor een landelijke prijs bij de Nederlandse Vereniging van Technische Geneeskunde.

Het project werkt als een olievlek, aldus Laverman. De eerste twee wetenschappelijke artikelen zijn inmiddels gepubliceerd.

DIABASE is meer dan data

In DIABASE worden niet alleen samenvattingen of gemiddelden opgeslagen, maar alle ruwe data: van minuut tot minuut, dag na dag. "Andere groepen die onderzoek doen hebben vaak al geaggregeerde data, dus samengevatte cijfers," legt Laverman uit. "Wij hebben alle individuele datapunten. Dat maakt het mogelijk om patronen te zien die anders verborgen blijven."

Bijzonder aan het project is ook dat het helpt om de rol van technisch geneeskundigen - relatief onbekende professionals in de zorg - zichtbaar te maken. "Ze zijn opgeleid om met patiënten te werken, maar hebben ook een hele sterke analytische kant," legt Laverman uit. Die combinatie maakt hen ideaal voor werk met patiëntenpopulaties waar veel data bij komt kijken. "Ze praten de taal van de medicus, maar ook die van de techneut. Dat is een waardevolle combinatie."

Bij ZGT werken twee technisch geneeskundigen op de diabetespoli; deels patiëntenzorg, deels wetenschappelijk onderzoek. En dat concept verspreidt zich. "In het Deventer Ziekenhuis en het MST hebben ze nu ook een technisch geneeskundige op de diabetespoli. En ook elders in Nederland wordt dit concept opgepikt. Twente is hierin wel echt de voorloper."

Van terugkijken naar vooruitkijken

Laverman benadrukt dat het om meer gaat dan wetenschappelijk onderzoek. DIABASE legt ook de basis voor een heel andere manier van zorgverlening. "Nu komen mensen een paar keer per jaar naar het ziekenhuis," legt hij uit. "In een normale spreekuursetting kijken arts en patiënt vooral terug: hoe ging het de afgelopen maanden? Maar eigenlijk is het juist zinvoller om vooruit te kunnen kijken. Dan kun je ingrijpen op het moment dat het mis dreigt te gaan, in plaats van achteraf constateren dat het mis ís gegaan."

Met een programma dat dagelijks de data binnenkrijgt, kunnen zorgverleners patiënten veel directer volgen. Ook op afstand. Voor de patiënten betekent dat minder reistijd, minder vrij nemen van hun werk, minder wachten in het ziekenhuis. Voor het ziekenhuis vooral efficiënter werken. En voor beiden: sneller ingrijpen als het fout dreigt te gaan.

Wat brengt de toekomst?

Het werk is nog lang niet klaar. Begin volgend jaar hoopt het team een nieuw monitoringprogramma te kunnen implementeren. Er lopen vervolgaanvragen en nieuwe samenwerkingen worden gestart. Zo heeft een derde technisch geneeskundige binnen ZGT subsidie gekregen om te kijken naar lichamelijke activiteit en de effecten op glucoseregulatie. Weer een spin-off.

"Dit is een stukje harde wetenschap," zegt Laverman over het onderzoek. “Maar het is meer dan dat. Het is ook een manier om de zorg fundamenteel anders in te richten. Om uit alle technologie die er al is, het maximale te halen. En om een nieuwe generatie zorgprofessionals een plek te geven.”

Wat Laverman persoonlijk het mooist vindt? "De aanwezigheid van die jonge onderzoekers die met mooie resultaten komen.” Het geeft zijn werk een enorme verdieping. Zijn wens: "Dat binnen vijf jaar op elke diabetespoli, in elk ziekenhuis in Nederland minstens één technisch geneeskundige in het team zit."

Over het PIHC

Het Pioneers in Health Care (PIHC) Innovatiefonds is een samenwerking van Universiteit Twente (TechMed Centrum), Hogeschool Saxion en de ziekenhuizen MST, ZGT en Deventer Ziekenhuis. Het Fonds stelt jaarlijks €600.000 beschikbaar voor 10 innovatieve projecten die die technologie slim inzetten voor de zorg van morgen.

Credits
Fotografie: Rikkert Harink
Tekst: Susanne Bosscha