Een kijkje in het slaapcentrum: goede slaap is een eerste levensbehoefte

24 maart 2026

Wat gebeurt er eigenlijk in een slaapcentrum? Moet je daar altijd een nacht blijven slapen? En voor welke klachten kun je er terecht? Veel mensen hebben daar een beeld bij, maar dat klopt lang niet altijd. We spraken met drie medisch specialisten uit ons slaapcentrum: mw. Wolters (kinderarts en somnoloog), mw. Jurg (neuroloog en somnoloog) en dhr. Stroeve (KNO-arts en somnoloog).

Jaarlijks ziet ons slaapcentrum zo’n 2300 patiënten (kinderen en volwassenen) met uiteenlopende slaapproblemen. Van mensen die moeilijk in slaap komen tot patiënten die ondanks een volle nacht slaap slaperig wakker worden, of last hebben van slaapgedrag zoals slaapwandelen.

Waarom is slaap nou echt zo belangrijk?

Slaap is veel meer dan alleen uitrusten. Tijdens je slaap is je brein allesbehalve in rust: informatie wordt verwerkt, emoties krijgen een plek en afvalstoffen worden opgeruimd. Je lichaam herstelt en bouwt je weerstand op.

“Ik zeg altijd: in de nacht gaat de stofzuiger door het brein”, vertelt mw. Jurg. “Slaap helpt je om scherp te blijven, fit te voelen en gezond te blijven. Bij kinderen is het ook erg belangrijk voor het groeihormoon en de ontwikkeling van de hersenen.”, zegt mw Wolters. Slaap is dus geen luxe, maar een eerste levensbehoefte, net zo belangrijk als eten en drinken.

Wanneer wordt slecht slapen een probleem

Iedereen slaapt weleens slecht. Je spreekt pas van een slaapprobleem wanneer klachten langer dan drie maanden aanhouden én als je er overdag last van hebt. Denk aan: vermoeidheid, concentratieproblemen, prikkelbaarheid of minder goed functioneren op werk of school. In dat geval is het verstandig om langs de huisarts te gaan. Die denkt eerst mee en kan vaak al helpen met adviezen. Soms is dat voldoende en soms volgt een verwijzing naar het slaapcentrum.

Slaap als verborgen oorzaak van andere problemen

Opvallend is dat mensen lang niet altijd met slaapklachten binnenkomen. Ze melden zich bijvoorbeeld met aanhoudende hoofdpijn, buikpijn of geheugenproblemen. Maar als er wordt doorgevraagd, blijkt de slaap vaak een belangrijke rol te spelen. “Je moet doorvragen en op zoek gaan naar de oorzaak achter de klachten,” zeggen de specialisten. Soms verdwijnen deze klachten zelfs wanneer de slaap verbetert.

De impact van slechte slaap
De impact van slechte slaap wordt vaak onderschat. Op de korte termijn merk je: je bent minder scherp, hebt minder energie en je concentratie neemt af. Op de lange termijn kan slechte slaap bijdragen aan gezondheidsproblemen zoals overgewicht, hart- en vaatziekten en cognitieve achteruitgang.

Bij kinderen uit zich slechte slaap vaak anders. “Zij kunnen juist heel druk of onrustig gedrag vertonen om zichzelf wakker te houden. Soms lijkt het zelfs op ADHD, terwijl de oorzaak in de slaap ligt”, vertelt mw. Wolters.

Slaapproblemen kunnen zichzelf versterken

Wie slecht slaapt, is overdag moe en probeert dat vaak te compenseren, bijvoorbeeld met een dutje. Maar daardoor wordt het ‘s avonds juist moeilijker om in slaap te vallen. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Ook frustratie speelt een rol. Mensen gaan piekeren, op de klok kijken en uitrekenen hoeveel uur ze nog kunnen slapen: ‘ik moet nu slapen, anders ben ik morgen niet fit’. Die druk werkt juist averechts en zorgt voor meer spanning in het lichaam en hoofd, waardoor in slaap vallen nog lastiger wordt. Zo houdt het probleem zichzelf in stand.

Slaapproblematiek neemt toe

“Slaapproblemen zijn veel groter dan 30 jaar geleden”, zegt dhr. Stroeve. “Onze leefstijl speelt daarin een grote rol. We slapen minder en moeten de volgende dag toch weer door.” Beeldschermen, drukte en weinig rustmomenten maken het moeilijker om goed te slapen. Ook overgewicht kan bijdragen, bijvoorbeeld aan slaapapneu, doordat extra vetweefsel rond de nek en hals de luchtweg kan vernauwen.

Bij jongeren speelt daarnaast de biologische klok mee. Tijdens de puberteit verschuift die naar een later tijdstip. Daardoor wordt het slaaphormoon (ook wel melatonine genoemd) pas later aangemaakt, waardoor jongeren ‘s avonds later slaperig worden en ‘s ochtends moeilijker wakker worden. Dit kan leiden tot een verstoord ritme en langdurig te weinig slaap, met gevolgen voor dagelijks functioneren, zoals schoolproblemen, verzuim of verminderde prestaties.

Misvattingen over het slaapcentrum

Patiënten die het slaapcentrum binnenkomen, vormen een uiteenlopende groep. Er wordt vaak gedacht dat er alleen mensen komen met (verdenking op) slaapapneu, maar dat is niet zo. “Dat is een veelvoorkomende misvatting," zegt mw. Jurg. “We zien juist veel verschillende slaapproblemen: van inslaap- en doorslaapproblemen tot slaapapneu en van een verstoord dag- en nachtritme tot slaapgedrag zoals slaapwandelen.”

Ook denken veel mensen dat ze in het slaapcentrum standaard een nacht moeten blijven slapen. Maar dat is niet zo. Het traject begint met een uitgebreid intakegesprek. Het verhaal van de patiënt vormt de basis. Op basis daarvan wordt bepaald of aanvullend onderzoek nodig is en welk onderzoek. “Het is echt maatwerk,” leggen de specialisten uit. “Niet iedereen heeft een slaaponderzoek nodig.”

In het slaapcentrum werken verschillende specialismen samen, zoals longartsen, neurologen, KNO-artsen en kinderartsen. “Iedereen kijkt vanuit zijn eigen invalshoek, maar we werken nauw samen en hebben regelmatig multidisciplinair overleg.”

Slaaponderzoek gewoon vanuit huis

Slaaponderzoeken gebeuren vaak thuis. Denk aan een slaapmeting met sensoren, een actigrafie (horloge dat het slaapritme bijhoudt) of een speekseltest om te bepalen wanneer het slaaphormoon wordt aangemaakt. Alleen in specifieke gevallen is een nachtje in het slaapcentrum voor observatie nodig, zoals bij slaapwandelen.

Geen kant-en-klare oplossing

Voor slaapproblemen bestaat geen standaardoplossing. “Veel mensen verwachten dat wij het probleem oplossen,” zegt mw. Jurg. “Maar patiënten moeten vaak zelf aan de slag.”

De basis ligt bij gedragsverandering en slaaphygiëne: een vast slaapritme, voldoende ontspanning voor het slapengaan en minder cafeïne, alcohol en schermgebruik. Soms wordt begeleiding ingezet, bijvoorbeeld via een slaapoefentherapeut. Slaap moet je als het ware de ruimte geven. Of zoals mw. Jurg samenvat: “Geef slaap de kans.”