Samenwerking ziekenhuisapotheken MST en ZGT

21 januari 2026

Ander DNA, maar dezelfde drive

In Twente kunnen we voor ziekenhuiszorg terecht bij MST in Enschede en ZGT in Almelo en Hengelo. Door verschillende uitdagingen, zoals een grotere vraag naar zorg, hogere zorgkosten en kwaliteitseisen en minder aanbod van goed personeel is het behouden van kwalitatief goede ziekenhuiszorg in onze regio echter niet meer vanzelfsprekend.

Wachtlijsten lopen op en de druk op de (acute) zorg(professionals) neemt toe. De twee topklinische ziekenhuizen slaan de handen ineen en verkennen samen de mogelijkheden voor het anders organiseren van de ziekenhuiszorg om de druk op de zorg te verminderen én om de juiste zorg dichtbij te houden. Ook de ziekenhuisapotheken zoeken elkaar steeds vaker op.

Samen sta je sterk

De twee ziekenhuisapotheken in Twente zijn al lang geen vreemden meer van elkaar. In het opleidingsprogramma voor nieuwe AIOS ziekenhuisfarmacie wordt sinds vele jaren samen opgetrokken. Vakinformatie, nieuwe inzichten en onderzoeksresultaten worden vaak gedeeld met elkaar. “Veel van onze processen doen we op twee locaties hetzelfde”, weet Lars Nijdam. Hij is ziekenhuisapotheker bij MST. “We zijn geen concurrenten van elkaar, dus het delen van informatie is handig en helpt ons in ons werk.”

Sinds een aantal maanden is daar iets nieuws bijgekomen. Lars Nijdam en Lisanne Geers, ziekenhuisapotheker bij ZGT, werken eens in de twee weken samen op één ziekenhuislocatie. De ene keer is dat in Almelo of Hengelo en de andere keer in Enschede. Lars en Lisanne werken op de locatie van de ander en kunnen daar ook inloggen in het systeem. “We doen eigenlijk ons eigen werk op een andere locatie”, legt Lars uit. “Maar door bij elkaar aanwezig te zijn, zien we waar de ander mee bezig is. Daar kunnen we dan ook makkelijk op inhaken.” Ze kijken, horen, zien en ervaren dus hoe het werk er voor een ziekenhuisapotheker in een ander ziekenhuis uitziet. “De ene keer haal je informatie op en de andere keer breng je informatie waar de ander weer wat aan heeft. Hoewel het nog een proef is die in januari geëvalueerd wordt, vind ik het nu al een succes”, zegt Lars enthousiast. Lisanne is het met hem eens.

“Want”, ziet ze: “de kortere lijntjes helpen om makkelijker af te stemmen. Maar ook leer je elkaars processen kennen, krijg je inzicht in waar de ander mee bezig is en kun je daardoor makkelijker samenwerken aan bepaalde onderwerpen. Ik vind dat bij elkaar zitten zorgt dat we elkaar in het werk versterken. We leren van elkaar en krijgen echt een inkijkje in de andere keuken. Uit kleine dingen haal ik het meeste voor mijn eigen werk. Dat is heel waardevol.” Nieuwe richtlijnen worden samen afgestemd en in beide ziekenhuizen op dezelfde manier geïmplementeerd. Lars: “Stukje bij beetje helpt dat natuurlijk de samenwerking enorm. Maar er valt ook nog veel winst te halen. We willen bijvoorbeeld wel graag projecten samen doen of processen gelijk inrichten. Maar daarvoor is het nu nog iets te vroeg, we zitten nog in de aftastende fase. We hebben de processen in beide ziekenhuizen goed voor elkaar, dat maakt de noodzaak om nu al alles samen te doen wel wat minder. Wil je dat wel, dan vraagt dat dus nog heel wat aanpassing. Eigenlijk is het ook wel bijzonder dat we hetzelfde doen op twee locaties die maar een tiental kilometers van elkaar vandaan zijn.”

Samenwerking apotheken zonder quote

Verschillen en overeenkomsten

De intensieve samenwerking tussen Lars en Lisanne is niet onopgemerkt gebleven. Een aantal andere apotheekcollega’s heeft interesse getoond om af en toe gaan uitwisselen. Op managementniveau is er bovendien goed contact tussen de ziekenhuizen. Er staan al afspraken gepland om een vervolg te geven aan deze succesvolle eerste fase.

Daar blijft het voorlopig volgens de ziekenhuisapothekers bij. “Er zijn nog best wat verschillen tussen de ziekenhuizen”, ziet Lisanne. “Bijvoorbeeld in werkwijzen, processen en protocollen, maar ook zijn systemen anders gekoppeld. ” Lars: “Het heeft veel tijd en overleg nodig om dit allemaal op elkaar af te stemmen. Maar, ons vakgebied staat allesbehalve stil. Er zijn veel veranderingen geweest, en er komen er ongetwijfeld nog veel aan. Daarin samen optrekken is belangrijker dan ooit.”