Logo, terug naar Home

Als je klachten krijgt, ben je te laat

  • 21 september 2017
  • Interviews, Prostaatkanker, Screenen, PROM’s

Saskia Stomps, uroloog in ZGT met een specialisatie in robotchirurgie en oncologie, is één van de urologen die er de laatste tijd steeds meer voor voelt om wel te screenen naar prostaatkanker met de PSA bloedtest. ‘Het is uiteraard niet zwart/wit, je moet het zien als een soort weegschaal met voor- en nadelen. Aan de ene kant op de weegschaal ligt de overlevingswinst die te behalen is met het screenen en daartegenover staan de complicaties en bijwerkingen van de diagnostiek en de behandeling die mannen moeten ondergaan als gevolg van deze screening. Er zijn verschillende ontwikkelingen die zorgen dat de balans wat mij betreft steeds vaker uitslaat naar wél screenen. Een ding is zeker: als je klachten hebt van prostaatkanker, ben je te laat.’

Stomps noemt een aantal van die ontwikkelingen: ‘Er zijn twee grote studies op dit gebied geweest. De eerste was een grote Europese studie vanuit de Erasmus universiteit Rotterdam. Deze liet een overlevingswinst van twintig procent in de gescreende groep zien na negen jaar follow up.

De tweede is een Amerikaanse studie. De eerste data-analyse liet geen duidelijke overlevingswinst zien. Daar is echter geen rekening gehouden met de groep mannen die zich toch hebben laten screenen, ook al zaten ze in de groep zonder screening. En bij een onlangs uitgekomen nieuwe analyse van alle gegevens blijkt ook bij deze studie een overlevingswinst in de groep van de gescreende mannen.

Er zijn veel ontwikkelingen op het gebied van de techniek van de bestraling van de prostaat om de bijwerkingen te verminderen en ook prostaatoperaties worden steeds nauwkeuriger onder andere door de operatie robot. De enige methode om prostaatkanker effectief te behandelen, is er bijtijds bij zijn. Anders is de kanker al zo vergevorderd voordat je klachten krijgt, dat het eigenlijk te laat is om te genezen.

Een van de argumenten om niet te screenen is ook altijd geweest dat prostaatkanker zo langzaam groeit dat veel meer mannen “met” prostaatkanker doodgaan dan “aan” prostaatkanker. De gemiddelde leeftijd van de man is echter zo ver omhooggegaan dat ook mannen die eerder nooit last van hun prostaatkanker zouden krijgen, nu op latere leeftijd wel degelijk in de problemen komen ook al groeit de tumor zo langzaam.

De diagnostiek van prostaatkanker is ook volop in ontwikkeling. Zo wordt tegenwoordig veelvuldig gebruik gemaakt van de MRI-scan, in veel gevallen al vooraf aan de biopsieën uit de prostaat zodat veel gerichter geprikt kan worden en de kans op complicaties door die biopten minder wordt. En op dit moment zijn er onderzoeken gaande om te bekijken of de MRI zo nauwkeurig is dat bij een goede MRI-uitslag helemaal niet meer geprikt hoeft te worden. Ook dat maakt screening interessanter. Alle negatieve factoren worden milder en de overlevingswinst wordt beter.’

Saskia Stomps denkt dat het ernaar toe gaat dat de kankers die ze vinden, de agressieve kankers zijn bij de jonge mannen tussen de 45 en zeventig jaar. Daar is de grootste winst te behalen. Stomps: ‘Het zou kunnen zijn dat er een gewogen screening komt; dat 45-jarigen een PSA-test krijgen en als dan blijkt dat iemand een risico loopt, jaarlijks prikken en bij geen of laag risico, vijfjaarlijks.
Het blijkt dat het number needed to screen (de hoeveelheid mensen die je moet screenen om één mensenleven te redden) lager is dan bij bijvoorbeeld darmkanker, waar wel landelijk op wordt gescreend. PSA is zeker niet eenduidig maar het is het enige dat we op dit moment in handen hebben om prostaatkanker op tijd te vinden. Als je klachten krijgt, ben je te laat.’

Er zijn PSA thuistests op de markt. Is dat voor nu een goed idee?

Stomps: ’Het kan een goed idee lijken als de huisarts nog terughoudend is. Maar let op, het is net als een alarm voor je huis: als het alarm afgaat, moet je eerst gaan kijken of er ook echt iets aan de hand is. Misschien loopt er wel een kat door je huis. En soms gaat het alarm niet af en wordt je toch bestolen. Het kan veel onrust geven, en een goede uitslag kan ook schijnveiligheid geven. Er bestaan ook prostaatkankers die geen PSA maken en er is ook PSA die geen kanker is. Het is dus niet zo eenduidig als het lijkt. De interpretatie van zo’n test is nog vrij ingewikkeld.’

Er is veel discussie over centralisering gaande. Hoe denk jij daarover?

Stomps is voor een bepaalde vorm van centralisering. Die zou moeten worden gebaseerd op basis van kwaliteit. Er wordt vaak een vergelijking gemaakt met Duitsland maar volgens Saskia Stomps gaat die vergelijking scheef. ‘In het Martini Ziekenhuis wordt iedereen geopereerd. In Nederland wordt met patiënten heel goed gekeken naar de best passende behandeling. Soms is dat bestralen, soms brachytherapie, soms operatie maar ook regelmatig kunnen we bij milde kankers nog even afwachten. Dit zogenaamde “Active surveillance” wordt in Duitsland nauwelijks toegepast terwijl het voor veel patiënten een heel goede optie is. En deze groep heeft helemaal geen bijwerkingen. Die gegevens worden nu niet meegenomen in de kwaliteitsanalyses en dat geeft dus een vertekend beeld.

Veel operaties doen is goed maar zorgt ook voor minder persoonlijk contact en bijbehorend persoonlijk behandelplan. Een persoonlijk behandeladvies geven vind ik heel belangrijk. Daar heeft iedere patiënt recht op.’

Je houdt je veel bezig met PROM’s (Patient Repeated Outcome Measurements ). Wat is het precies?

Stomps: ‘Het zijn vragenlijsten met vragen over de erectiefunctie, plasklachten en of de kanker is weggebleven. Het is ontwikkeld om op gestandaardiseerde manier de resultaten op lange termijn uit te vragen en is objectiever dan als de dokter het persoonlijk aan de patiënt vraagt. Voor de arts is het een evaluatie van zijn of haar handelen. Niet alleen op uitkomsten; er wordt ook gevraagd naar bijwerkingen. Zo wordt een objectiever beeld verkregen.

De vragenlijsten worden op gestandaardiseerde momenten voorgelegd en kunnen ook vergeleken worden met andere centra, die dezelfde lijsten gebruiken. Daarmee wil je van “de slager keurt zijn eigen vlees” af en meer objectiveren. Het proces is nog in ontwikkeling. Je hebt hierbij ook te maken met privacy. Het wordt ook door externe bedrijven gedaan, niet door de ziekenhuizen zelf. Het draait nog niet in heel Nederland. In ZGT is het nu in ontwikkeling.’

Voor prostaatkanker zijn de momenten van uitvraag: vóór de operatie, na zes weken, na drie maanden, na zes maanden, na negen maanden, na een jaar en dan jaarlijks tot tien jaar na de operatie.
Stomps: ‘Het is in eerste instantie belangrijk dat je je eigen data kent, dus de informatie van je eigen patiënten en ziekenhuis. Dat is belangrijk omdat je de gegevens kunt gebruiken voor evaluatie en voor de voorlichting naar de toekomstige patiënten voorafgaand aan de behandeling. Dat doen we uiteraard altijd al. Bij ieder consult vragen we naar de bijwerkingen en houden bij of de kanker wegblijft. Maar een vragenlijst kan dat naar ons idee nog eerlijker weergeven.

Het Urologie Centrum Twente participeert in de data-analyse van de Santeon-groep. Nu dus nog op basis van data uit het ziekenhuis-systeem. PROM’s vragen wel veel van de patiënten. Ze moeten steeds de tijd nemen om het in te vullen, ondanks dat ze al lang geleden zijn geopereerd.

Het kost echter niet al te veel tijd; circa tien minuten’. Saskia hoopt dat mensen zich realiseren dat het heel belangrijk is en dat ze van betekenis kunnen zijn voor toekomstige patiënten. ‘De PROM’s doe je niet voor jezelf maar voor de toekomstige prostaatkankerpatiënten.’

Stel direct uw vraag aan een arts!