Logo, terug naar Home

Voeding en prostaatkanker

  • 15 mei 2018
  • Nieuwsberichten, Voeding, Prostaatkanker, Studie

Steeds meer onderzoeken wijzen uit dat er een relatie is tussen voeding en prostaatkanker. Zo besteedde DUOS eerder aandacht aan de gunstige effecten van seleniumlycopeen en een studie waar het effect van curcumine (de ‘kleurstof’ van de kurkema), ursolic acid (ook wel malol genoemd) in de schil van de appel, en resveratrol in de schil van rode druiven (maar ook wel in rode wijn) werd onderzocht. Ook in ‘Het kookboek voor alle mannen, met lekker eten de prostaat de baas’ geschreven door de Britse hoogleraar voedingsgeneeskunde Margaret Rayman, staat de relatie tussen voeding en prostaatkanker beschreven.

Minder prostaatkanker bij Aziaten

In landen als Japan en China komt veel minder prostaatkanker voor. Er is onderzoek gedaan naar Japanners die naar Amerika emigreerden. Bij de groep die traditioneel bleef eten kwam nauwelijks prostaatkanker voor en bij de groep die zich aanpaste aan de Amerikaanse manier van eten steeg het aantal prostaatkankergevallen aanzienlijk. Hieruit blijkt dat niet alleen een bepaalde etniciteit de oorzaak is van de toename van kanker, maar dat voedsel een grote rol speelt. Aziaten eten minder rood vlees en verzadigde vetten en meer plantaardig voedsel, vezels en vis. Ook zijn er aanwijzingen dat sojaproducten als tempé en tofu die in landen als Japan en China veelvuldig worden gegeten, een gunstig effect hebben op het voorkomen van prostaatkanker. Ze werken niet alleen cholesterolverlagend, maar bevatten ook de stof fyto-oestrogeen, een vrouwelijk geslachtshormoon, dat helpt om prostaatvergroting en prostaatkanker tegen te gaan.

Fytonutriënten

Fytonutriënten in plantaardige voeding zoals fruit, groente, noten en zaden bieden in de plant resistentie tegen bacteriën en schimmels. Uit studies bleek dat hoe hoger de waarde van deze voedingsstoffen bij de onderzochte mannen was, des te lager de PSA waarde.

Welk voedsel bevat fytonutriënten?

  • Bètacaroteen: abrikozen, wortels, perziken, mango’s, papaja’s, tomaten, zoete aardappelen, pompoen, broccoli, boerenkool en groene bladgroenten.
  • Lycopeen: papaja’s, aardbeien, tomaten, watermeloen, grapefruit, guaves, en rozenbottels.
  • Kryptoxanthine: sinaasappels, papaja’s, perziken en mandarijnen.
  • Zeaxanthine: abrikozen, perziken, papaja’s, wortels, tomaten, pompoen, broccoli, boerenkool, spinazie en andere donkere bladgroentes.
  • Alfa-tocoferol: amandelen, paranoten, pijnboompitten, zonnebloempitten, groene bladgroentes, broccoli, asperges, taugé, tomaten, wortels, pompoen, olijf- en zonnebloemolie.

Bron: StichtingDUOS

Stel direct uw vraag aan een arts!