Logo ZGT Logo, terug naar Home
Scancontrole

Spataderen kunnen op verschillende manieren behandeld worden. De keuze van behandeling is afhankelijk van het type spatader, de ernst en uitgebreidheid van het probleem. Duplexonderzoek kan hierover duidelijkheid verschaffen. Bij duplexonderzoek kan men bekijken of de kleppen in de aderen nog functioneren.

Compressietherapie

De behandeling met drukverband of therapeutische kousen wordt compressietherapie genoemd. Deze therapie behandelt niet alleen de gevolgen (de spatader), maar heeft ook invloed op de oorzaken. De druk van de kous of het verband ondersteunt de werking van de kuitspierpomp. Door onder andere het dichtdrukken van de oppervlakkige aderen, wordt de afvoer van het bloed uit de benen verbeterd.

Inspuiten of sclerocompressietherapie

Door het inspuiten van een bepaalde vloeistof in de spatader, die vervolgens wordt afgedrukt, wordt een reactie in de ader teweeggebracht. Deze reactie moet ervoor zorgen dat de ader ‘dicht’ plakt. Na verloop van tijd is de spatader veranderd in een litteken en nauwelijks meer te zien. Het inspuiten van de vloeistof gebeurt met een heel dun naaldje en vaak zijn er meerdere prikjes nodig. Het vat moet een tot twee weken dichtgehouden worden om niet weer snel na het spuiten open te gaan staan. Daarom krijgt u een stevig drukverband. Dit drukverband moet minimaal een week blijven zitten. Hierna moet u nog drie weken overdag een steunkous dragen. U mag in principe de dag na de ingreep het been weer normaal belasten. Sclerotherapie kan soms resulteren in een bruine verkleuring van de huid. Deze trekt niet altijd weg.

Echogeleide foamsclerose

Echogeleide foamsclerose is een nieuwe methode waarbij de vloeistof, die normaal voor het wegspuiten van kleine spataderen wordt gebruikt, gemengd wordt met lucht waardoor de vloeistof in een schuim wordt omgevormd. Het voordeel van dit schuim is dat het langer aan de vaatwand blijft kleven. Hierdoor is het mogelijk ook grotere spataderen te behandelen waarvoor eerder een operatie noodzakelijk was. Niet alle spataderen komen echter in aanmerking voor deze behandeling.

De behandeling vindt plaats op het vaatlaboratorium. Onder echo-controle prikt de vaatchirurg de niet goed werkende ader aan en spuit het schuim in. In principe is slechts één prik nodig. In enkele gevallen kan een aderontsteking (flebitis) ontstaan die niet ernstig is en vanzelf weer verdwijnt. Ook kunnen er onderhuids ophopingen ontstaan van oud bloed die harde plekjes veroorzaken. Deze plekjes verdwijnen doorgaans vanzelf weer. Soms treedt er wat verkleuring op van de huid. Zeldzaam zijn een kort optredende droge hoest en enkele seconden slecht zien.

Direct na de behandeling krijgt u een drukverband om. Dit drukverband mag u na een week zelf verwijderen. Tevens krijgt u een steunkous om. Het advies is de steunkous de eerste week dag en nacht te dragen. Na het verwijderen van het drukverband is het van belang de kous nog twee weken alleen overdag te dragen. U heeft direct na de behandeling geen beperkingen in bewegen, sporten, werken, etc. Wel adviseren wij u de dag van behandeling regelmatig te bewegen.

VNUS-behandeling

De behandeling vindt poliklinisch plaats en wordt uitgevoerd door de vaatchirurg. De duur van de behandeling bedraagt 30- 60 minuten.

Behandeling

De vaatchirurg prikt via een kleine sneetje in de huid de spatader aan. Hierna wordt een speciale katheter in de spatader omhoog geschoven. Met echo-onderzoek wordt de juiste positie van de katheter gecontroleerd. Als de katheter goed zit, worden een aantal prikjes met verdovingsvloeistof in het bovenbeen langs de ader gegeven. Dit kan een onprettig gevoel geven. De ingespoten vloeistof werkt verdovend maar ook beschermend voor de omliggende weefsels. Het beschermt namelijk tegen verbranding wanneer de catheter verhit wordt tijdens de behandeling. Nadat de verdovingsvloeistof is ingewerkt, wordt de katheter voorzichtig teruggetrokken. Het uiteinde van de katheter geeft ‘warmte’ af waardoor de binnenzijde van de wand van de spatader verhit wordt. Hierdoor sluit het bloedvat. U kunt dit bloedvat gerust missen omdat het bloedvat toch al niet goed functioneerde en het bloed nu wordt omgeleid via andere gezonde aderen.

Risico’s en mogelijke complicaties

Geen enkele ingreep is zonder risico’s. Na de behandeling ontstaan soms harde strengen of knobbels in het behandelde gebied, deze verdwijnen doorgaans vanzelf na zes tot acht weken. Wanneer de spatader vlak onder de huid ligt, kan de huid ter plaatse tijdelijk beschadigd raken door de ontwikkelde warmte. Hoe lang dit duurt, verschilt per patiënt. Daarnaast is er een kleine kans dat het kleine wondje gaat infecteren en ook kan er tijdelijk een doof gevoel in het behandelde gebied ontstaan. Dit verdwijnt in de meeste gevallen na verloop van tijd vanzelf weer.

Nazorg

Direct na de behandeling krijgt u een steunkous om. Deze kous dient u een dag te dragen. Uw dagelijks activiteiten kunt u na een dag ook weer hervatten. Wel is het van belang de eerste dagen zware lichamelijke inspanning te vermijden en veel te lopen. Het advies is de eerste week niet in bad of sauna te gaan en niet te zwemmen. U krijgt een recept voor pijnstilling. Het is van belang dat u twee uur vóór de ingreep en een dag na behandeling een pijnstiller inneemt.

Operatieve behandeling

Er bestaan meerdere mogelijkheden van operatieve behandelingen. Wanneer de kleppen in de lies en/of knieholte lek zijn, kan met een kleine snede in de lies of knieholte de verbinding van de oppervlakkige stamader met de grote beenader worden opgeheven. Ook andere zijverbindingen met de oppervlakkige stamader worden dan opgeheven. Deze ingreep vindt in principe in dagbehandeling plaats. Later kunnen poliklinisch eventuele restspataderen op het been worden weggespoten (zie sclerocompressietherapie).

Wanneer er meerdere lekkende kleppen zijn in de oppervlakkige stamader, wordt deze ader van de lies tot aan de knie verwijderd. Dit gebeurt met behulp van een speciaal instrument waarvoor geen extra sneetje bij de knie meer nodig is. In het gebied waar die ader heeft gezeten ontstaat vaak een bloeduitstorting, die in de loop van een aantal weken vanzelf wegtrekt. Bij uitgebreide spatadervorming kunnen tijdens dezelfde ingreep de overige uitgezette zijaderen via kleine sneetjes onderhuids verwijderd worden. Eventuele restanten kunnen later zo nodig weggespoten worden.

Na een operatieve behandeling wordt aansluitend een drukverband om het been aangelegd. Dit moet ervoor zorgen dat de vorming van bloeduitstortingen beperkt blijft. Dit drukverband mag de volgende dag verwijderd worden waarna een elastische kous moet worden gedragen. De eerste week dag en nacht, hierna drie weken alleen overdag. Geadviseerd wordt de kous aan te doen voordat u uit bed komt en ’s avonds voor het naar bed gaan weer uit te doen. De hechtingen waarmee de wond gesloten is, lossen vanzelf op. Deze hoeft u dus niet te laten verwijderen. Het is van belang dat u de eerste dagen na de operatie rustig aan doet, wel blijven bewegen. Na enkele dagen mag u het been weer normaal belasten. Het advies is een week na de operatie niet te werken en minimaal twee weken niet te sporten.

Ziekenhuislocatie Almelo Vaatchirurgie

Zilvermeeuw 1, 7609 PP Almelo

Bekijk op de kaart Plan uw route

Postbus 7600, 7600 SZ Almelo

Ziekenhuislocatie Hengelo Vaatchirurgie

Geerdinksweg 141, 7555 DL Hengelo

Bekijk op de kaart Plan uw route

Postbus 546, 7550 AM Hengelo