Verpleegkundigen lopen in de gang

Introductie voor zorgprofessionals

Welkom

Allereerst van harte welkom bij ZGT. Naast de algemene introductie die jullie al digitaal hebben ontvangen, is er voor zorgprofessionals een aanvullend digitaal introductieprogramma. De onderwerpen zijn vooral gericht op de VMS thema’s. Om goed geïnformeerd te zijn, is het van belang om bij de verschillende onderwerpen op deze pagina alle informatie door te nemen. Onder de kopjes 'uitgebreide informatie' vind je linkjes naar onder andere filmpjes, KIS en pagina’s op Klik.  

Het doorlopen van de volledige digitale introductie neemt ongeveer twee uur tijd in beslag.

De linkjes werken alleen  als je in de ZGT omgeving bent ingelogd.  

Bij het onderwerp kwetsbare ouderen en meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling wordt een zakkaart benoemd (Z-card kwetsbare ouderen en zakkaart stappenplan meldcode). Deze zakkaarten zijn verkrijgbaar bij het secretariaat van de Academie in ZGT Almelo, routenummer 6.2. 

Mocht je vragen hebben na het lezen van de informatie, aarzel dan niet en neem contact op met de ZGT Academie, bereikbaar op telefoonnummer 088 708 32 49.

We wensen je veel succes en werkplezier bij ZGT!

  • >

    Reanimatiescholing (BLS en AED)

    Binnen ZGT volgt iedere medewerker die betrokken is bij de directe patiëntenzorg jaarlijks de BLS en AED scholing (reanimatiescholing).

    De BLS en AED scholing bestaat uit 2 varianten, te weten:

    • BLS en AED basisles
    • BLS en AED herhalingsles

    De BLS en AED basisles is een eenmalige les voor nieuwe medewerkers bij ZGT. Niet alle nieuwe medewerkers hoeven de BLS en AED basisles te volgen. Kijk in onderstaand stappenplan of je wel/niet de BLS en AED basisles moet volgen.

    schematische weergave wanneer BLS en AED scholing (weer) te volgen

    Klik hier voor informatie over de BLS en AED scholing. Deze informatie is te vinden op Klik onder 'Kennis en leren > Bij- en nascholing'.

     

  • >

    Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

    Leerdoel

    Je weet wat de Meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling is. En je kent de vijf verplichte stappen van de Meldcode die doorlopen moeten worden.

    Tevens weet je wie in ZGT met de Meldcode werken en hoe we dit met elkaar doen. Je kent de bijbehorende protocollen, de wijze van registreren in het patiëntendossier en weet bij wie je in ZGT terecht kunt voor vragen over de Meldcode. Je bent op de hoogte van de rol van- en samenwerking met Veilig Thuis.

    Bekijk hier de informatie op Klik. De informatie vind je onder 'Kennis en Leren > Bij- en Nascholing'.

    Bekijk hier de ZGT film KVX Kindermishandeling en huiselijk geweld. Je vindt de film op Klik onder 'KVX 90 dagen > KVX kindermishandeling & en huiselijk geweld'.

  • >

    Aantoonbaar bevoegd en bekwaam in ZGT met behulp van het kwaliteitssysteem

    Leerdoel

    Je kunt benoemen wat er van je verwacht wordt t.a.v. het professioneel handelen in de context van voorbehouden (VH) en risicovolle (RH) handelingen in ZGT.

    Je weet:

    • Wie welke verantwoordelijkheid heeft in het proces.
    • Wat hij/zij daarbij nodig heeft.
    • Op welke wijze dit plaats vindt in ZGT.
    • Hoe dit transparant en toetsbaar wordt gemaakt.

    Verantwoordelijkheid zorgprofessional

    De zorgprofessional is aantoonbaar bevoegd en bekwaam. De zorgprofessional is verantwoordelijk voor eigen bekwaamheid ten aanzien van alle generieke en specifieke eisen zoals vastgelegd in de eisenkaders en maakt dit transparant in Leerplein ZGT dan wel het kwaliteitspaspoort en bespreekt dit met de leidinggevende tijdens het jaargesprek.

    Verantwoordelijkheden van de organisatie

    Controle van de bevoegdheid door inschrijving in het BIG register te controleren bij de start van de arbeidsovereenkomst (P&O). Uitgangspunt is de functieomschrijving, deze beschrijft wat de zorgprofessional mag doen in welke context. Tijdens het jaargesprek checkt de leidinggevende of de zorgprofessional aantoonbaar bevoegd en bekwaam is m.b.t. de generieke en specifieke eisen zoals vastgelegd in de eisenkaders. En worden, indien noodzakelijk, vervolgafspraken gemaakt.

    Kwaliteitssysteem ZGT

    Het beleid rondom voorbehouden en risicovolle handelingen in ZGT wordt vastgesteld in de commissie risicovol handelen. Het beleid is vertaald in verschillende documenten. De zorgprofessional leest deze zo snel mogelijk na indiensttreding door. De zorgprofessional start met het bekijken van de film: uitvoeren van voorbehouden en risicovolle handelingen. Bekijk de film hier. De film vind je op Klik onder  KVX 90 dagen > KVX risicovolle handelingen. 

    Na het bekijken van de film neemt de zorgprofessional onderstaande 5 documenten door:

    1. Uitvoeringsregeling voorbehouden en risicovolle handelingen, te vinden in KIS onder ID nummer 21549093.
    2. Eisenkader risicovolle handelingen, te vinden in KIS onder ID nummer 94085253.
    3. Eisenkader generieke handelingen te vinden in KIS onder ID nummer 94085513.
    4. Functieprofiel, ontvangen bij aanstelling samen met arbeidscontract.
    5. Toets frequentie, opvragen binnen eigen afdeling.

    Scholing en toetsing

    Ten aanzien van de eisen uit het generieke eisenkader zijn er generieke scholingen/trainingen en indien gevraagd generieke toetsingen. Meestal vinden deze scholingen/trainingen buiten de werkplek in ZGT plaats, denk aan gastvrijheid en BHV. Ten aanzien van de specifieke eisen uit het eisenkader risicovolle handelingen heeft ZGT gekozen voor werkplekleren. De dagelijkse beroepspraktijk biedt de zorgprofessional de meeste gelegenheid om de bekwaamheid te trainen en te toetsen. Om het toetsen op een zo objectieve manier plaats te laten vinden, werkt ZGT met aangewezen toetsers van de werkeenheid. Iedere werkeenheid bepaalt zelf wie de toetsers zijn. Toetsers zijn door scholing voorbereid op hun rol als toetser. De werkwijze rondom toetsing kan voor iedere werkeenheid verschillend zijn vanwege de verschillen in werkprocessen. Toetsing van voorbehouden en risicovolle handelingen vindt plaats binnen de werkplek aan de hand van protocollen en observatieschema’s (te vinden in KIS). In principe is er van iedere te toetsen handeling een protocol en van ieder protocol een observatieschema. Van alle te toetsen handelingen in ZGT is per afdeling de frequentie van toetsing vastgelegd. Uitgangspunt is dat alle handelingen in ieder geval één keer per drie jaar getoetst worden. Toetsing wordt door de toetsers geregistreerd in Leerplein ZGT, dan wel het kwaliteitspaspoort van de zorgprofessional.

  • >

    VMS thema medicatieveiligheid

    ZGT medewerkers die in hun dagelijkse werk te maken hebben met het proces medicatieveiligheid dienen op de hoogte te zijn van gemaakte werkafspraken in ZGT met betrekking tot medicatieveiligheid. 

    Dit om het risico op medicatiefouten en andere geneesmiddel gerelateerde problemen te verkleinen. Zorg dat je op de hoogte bent van onderstaande afspraken en deze kunt toepassen in de praktijk. De medicatieveiligheid, Z-card (doc ID: 94083741) is een hulpmiddel die hierbij gebruikt kan worden.

    Waarom medicatieveiligheid

    Aandacht voor medicatieveiligheid verkleint het risico op medicatiefouten en andere geneesmiddel gerelateerde problemen.

    Voorkomen van medicatiefouten

    Je kent de 5 belangrijkste checks voor het veilig gebruik van medicatie:

    • juiste patiënt
    • juiste medicatie
    • juiste wijze van toedienen
    • juiste dosering
    • juiste tijd

    Verantwoordelijkheden rondom medicatieverificatie opname en ontslag

    Veilig voorschrijven begint bij een goede en volledige overdracht van medicatiegegevens bij opname en ontslag. Bij dit proces zijn verschillende zorgverleners betrokken. Wees op de hoogte van gemaakte afspraken en weet waar je informatie kan vinden in HiX.

    Hoog-risico medicatie

    Hoog-risico medicatie is medicatie die een verhoogd risico met zich meebrengt op schade bij de patiënt en/of medewerker bij onjuist gebruik. Bijvoorbeeld door verkeerd verdunnen of doseren. Onder hoog-risico medicatie vallen onder andere: geconcentreerde electrolyten, sterk werkende geneesmiddelen (antistollingsmiddelen, insuline), opiaten, parenteralia, cytostatica en sound- en look-alikes.

    Sound-alikes en look-alikes

    Zijn geneesmiddelnamen en verpakkingen die op elkaar lijken met een grotere kans op verwisseling. Veel medicatiefouten worden veroorzaakt bij het voorschrijven, pakken en toedienen van medicatie. Wees extra alert bij dit soort geneesmiddelen en breng dit bij elkaar onder de aandacht!

    Afspraken bij het beheer opiaten op voorraad

    Opiaten moeten altijd bewaard worden in een aparte afgesloten kast welke niet toegankelijk is voor onbevoegden. Elke uitgifte moet geregistreerd worden op een verantwoordingsformulier. De voorraad opiaten moet minimaal 1x per 2 weken gecontroleerd worden.

    Klaarmaken en toedienen parenterale medicatie

    Gebruik bij het klaarmaken van het geneesmiddel altijd het handboek parenteralia en werk volgens de dubbelcheckmethode. Pas de juiste hygiënemaatregelen toe. Het klaarmaken en toedienen van parenteralia mag alleen uitgevoerd worden door aantoonbaar bevoegd bekwame medewerkers.
    De werkwijze voor het klaarmaken en toedienen van geneesmiddelen volgens de dubbelcheck methode staat op een poster in strip uitgebeeld (doc ID: 21563385). Laat het altijd door een 2e persoon controleren en zorg ervoor dat de dubbelcheck onafhankelijk is.

    Melden van bijwerkingen

    Medicatieveiligheid gaat ook om het signaleren en melden van bijwerkingen. Informeer de patiënt over mogelijk te verwachten bijwerkingen. Evalueer de therapie en wees alert op bijwerkingen, met name onverwachte of ernstige bijwerkingen. Nog niet vermelde bijwerkingen moeten gemeld worden bij het Lareb. www.lareb.nl. Mocht je er zelf niet uitkomen bij het melden van een bijwerking, dan mag je altijd de apotheek om hulp vragen.

    Veilig incident melden (VIM)

    Soms gaat er onbedoeld toch (bijna) iets mis bij het voorschrijven, pakken of toedienen van medicatie. In ZGT maken we gebruik van het systeem VIM. Het melden van een incident (VIM) is niet bedoeld om iemand te beschuldigen, maar juist te leren van de fouten die gemaakt worden, zodat dit in de toekomst  niet weer gebeurd. Door fouten te melden en met elkaar te bespreken worden risico’s in het medicatieproces inzichtelijk. Hierdoor kunnen we de medicatieveiligheid verbeteren. Zo maken we samen werk van veilige zorg.

     

     

  • >

    VMS thema pijn

    Waarom doen wij aan pijnbestrijding

    Voor een sneller herstel van de patiënt, verhoging van zijn/haar comfort en minder complicaties, verkorting van de ligduur in ZGT en reductie van het chronisch pijnsyndroom. 

    Maar ook minder stressrespons:

    • Te hoge hartfrequentie
    • Te hoge bloeddruk
    • Te snel/ondiep ademen
    • Afweer
    • Glucose
    • Vasoconstrictie (vernauwing bloedvaten)

    Deze stressreacties zorgen voor problemen met de longen, hart, darmen enzovoorts. En dat willen we voorkomen door goede pijnstilling.

    De APS

    De APS (acute pijn service) heeft voor de afdeling een ondersteunende functie. De afdeling blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van het pijnbeleid volgens het protocol Pijnbestrijding, postoperatief bij volwassenen.
    De anesthesist schrijft het postoperatief pijnbeleid voor. Dit is geen bindend advies. Hier kan de afdeling van afwijken, mits het binnen het protocol valt. Als het protocol niet toereikend is voor een acceptabele pijnscore kan de APS gebeld worden.

    Het streven van de APS is om dagelijks voor 12.00 uur de post operatieve patiënten met een epidurale- of plexuscatheter op de afdelingen te bezoeken voor controle van epidurale catheters, PCA en ketaminepompen en het verwijderen van epidurale catheters.

    Bereikbaarheid APS

    De APS is van 7.30 tot 15.30 uur telefonisch bereikbaar op telefoonnummer (088 708) 30 09 voor informatie, advies of aanvragen van consulten. De hoofdbehandelaar blijft de behandelend arts. Bij bijwerkingen op de afdeling van epidurale catheters en plexus catheters: bel met 30 09 tijdens kantooruren of 41 41 avond/nacht.

    Het belang van pijn scoren

    • Pijn is beter zichtbaar
    • 'Vangneteffect': elke patiënt uit pijn op een andere manier
    • Interpretatie verschillende behandelaars gelijk
    • Pijnprotocol beter te hanteren
    • Snellere herkenning van complicaties
    • Prestatie-indicator: het ziekenhuis moet zijn pijnbestrijding ‘op orde hebben’.

    Wanneer pijn meten 

    Zie KIS protocol Scoren van pijn en het protocol Vitaal bedreigde patiënt.
    In het protocol vitaal bedreigde patiënt staat benoemd voor welke functies dit protocol is bedoeld (onder het kopje 'voor wie'). Ben je werkzaam in een andere functie, dan hoef je dit protocol niet door te nemen.

    • Bij iedere patiënt, postoperatief en niet-postoperatief moet iedere opnamedag, gedurende de gehele opname minimaal éénmaal daags de pijn worden gemeten.
    • Bij postoperatieve patiënten bij voorkeur 3 x per dag, totdat de pijn onder de 4 is. Dan naar minimaal 1 x per dag. Loopt de pijn weer op, dan weer vaker meten naar eigen inzicht.
    • Wat te doen bij hoge score:
      - Pijnprotocol in KIS: pijnbestrijding postoperatief bij volwassenen
      - APS bellen

    Pijn kan signaal van een complicatie zijn!

     

  • >

    VMS thema Vitaal bedreigde patiënt

    Leerdoel

    Na het bekijken van de film weet je hoe je een MEWS score doet.

    De achterkant van het MEWS kaartje is onlangs veranderd. Lees de achterkant aandachtig door en kijk samen (met de arts-assistent) wat je al kan doen als je een vitaal bedreigde patiënt treft.

    Ook krijg je informatie over hoe het SIT team werkt middels SBAR en ABCDE methodes.

    Meer informatie over de vitaal bedreigde patiënt, zie je in deze video.

     

  • >

    Kwetsbare ouderen

    Leerdoel

    Veel ouderen die opgenomen worden, zijn kwetsbaar. Hoe screenen we deze groep ouderen op kwetsbaarheid en welke interventies kunnen we inzetten?

    ZGT heeft als speerpunt zorg voor kwetsbare ouderen. We werken in een Seniorvriendelijk ziekenhuis. Wat betekent dat voor elke werknemer?

    • Screening op geriatrische problemen
    • Interventies
    • Beschikbaarheid geriatrisch team
    • Afgestemde onderzoeken
    • Specifieke poliklinische en klinische maatregelen
    • Aandacht voor medicatie en het voorkomen van heropname
    • Coördinatie van zorg en aanspreekpunt
    • Lichamelijke en sociale participatie
    • Speciale maatregelen op SEH voor kwetsbare ouderen
    • Zorg voor ouderen is een speerpunt
    • Continuïteit van de zorg
    • Beleid en begeleiding in de laatste levensfase
    • Toegankelijkheid voor ouderen
    • Gastvrije ontvangst en inrichting voor ouderen
    • Bewegwijzering en oriëntatie
    • Inrichting verpleegafdeling afgestemd op ouderen

    Wat is kwetsbaarheid?

    'De kwetsbaarsten van de kwetsbaren zijn het kwetsbaarst.'

    Hoe screenen we in ZGT op kwetsbaarheid? De SEH, Pro-operatief en POS screenen bij elke opname op 4 onderwerpen:

    • Delirium
    • Vallen
    • Ondervoeding (SNAQ)
    • Fysieke beperkingen

    Bij deze screening worden de volgende vragen gesteld:

    Wat doet het VIT-team en hoe zijn ze te bereiken? 

    Het VIT team houdt zich bezig met de inzet van vrijheidsbeperkende maatregelen. Zie het VBI protocol in KIS.  
    In het VBI protocol staat onder het kopje “voor wie” benoemd voor welke functies dit protocol is bedoeld. Ben je werkzaam in een andere functie, dan hoef je dit protocol niet door te nemen.
    Overdag bestaat het VIT-team uit de Consultatief Geriatrisch verpleegkundigen en de VIT-coördinator. Tijdens avond, nacht en weekenden zijn dat de Avond Nacht en Weekendhoofden. Allen worden bijgestaan door de VIT-verpleegkundigen en geschoolde verpleegkundigen die de beschermende maatregelen veilig en goed kunnen toepassen.

    De VIT- coördinator is bereikbaar via telnr. 7017. De VIT-coördinator beoordeelt welke beschermende maatregel ingezet gaat worden en documenteert ook het gebruik.
    De VIT-verpleegkundige is 24 uur per dag bereikbaar via telnr. 6818.

    In KIS staan diverse protocollen m.b.t. kwetsbare ouderen. Lees het protocol kwetsbare ouderen. In dit protocol wordt verwezen naar protocollen met de volgende onderwerpen: 

    • Interventies t.b.v. kwetsbare ouderen
    • Delier
    • Vallen
    • Ondervoeding
    • Fysieke beperking

    Lees ook de Z-card kwetsbare ouderen, te vinden op Klik. 

  • >

    QMT

    Leerdoel

    Na het lezen van de informatie op de Klik pagina en het bekijken van de bijbehorende ZGT film ken je als zorgprofessional het begrip QMT. Je weet wat er nodig is om een medisch apparaat veilig te gebruiken. Daarnaast ben je op de hoogte van de randvoorwaarden om een apparaat veilig in te zetten.

    Zie vooral het PDF document: medische apparatuur, Z-Card. Dit document is te vinden is op de Klik pagina, rechtsboven in beeld onder het kopje ‘gerelateerde documenten’. Je vindt in dit document informatie over onderstaande onderwerpen:

    • Je kent het begrip QMT en weet dat je bij vragen over een risicovol medisch apparaat terecht kunt bij het betreffende QMT expertteam.
    • Je weet hoe medische apparatuur binnen ZGT geregistreerd is. 
    • Je kent de datum waarop onderhoud uiterlijk dient te zijn uitgevoerd. 
    • Je kent de procedure tijdens storingen bij het gebruik van medische apparatuur. 
    • Je weet welke patiëntencategorieën in aanmerking komen voor de inzet van infuuspompen.
    • Je kent de gebruikershandleiding en het gebruikersprotocol van de medische apparatuur waar je mee werkt. 
    • Je kent de belangrijkste risico’s en beheersmaatregelen bij de toepassing van de medische apparatuur.
    • Je bent aantoonbaar bevoegd en bekwaam in de omgang met medische apparatuur en bijbehorende materialen.
    • Je bent bekend met de reinigingsvoorschriften van de medische apparatuur waar je mee werkt.
    • Je weet hoe een incident met medische apparatuur moet worden gemeld. 
    • Je bent bekend met de geldende noodprocedures op de afdeling (bijv. noodprocedure bij stroomuitval, brand).
    • Je bent bekend met de werkwijze en regels van het gebruik van verlengsnoeren en verdeeldozen binnen ZGT.
    • Je weet dat medische apparatuur verstoord kan worden door mobiele communicatiemiddelen zoals tablets en mobiele telefoons.
    • Je weet dat bepaalde handelingen alleen in daarvoor geschikte medische ruimten plaats mogen vinden. 
    • Je bent bekend met de voorwaarden voor gebruik van niet-medische apparatuur.
    • Je weet hoe een datalek gemeld moet worden.

     

  • >

    Ondervoeding/SNAQ puntmeting

    Leerdoel

    Als zorgprofessional ken je het belang van screening en behandeling van ondervoeding. Daarnaast  kun je handelen volgens protocol ‘Ondervoeding, herkennen en behandeling van volwassenen middels SNAQ’.

    Gemiddeld is 14-15% van de opgenomen patiënten ondervoed. Ondervoeding komt vooral voor bij de afdelingen geriatrie, oncologie, gastro-enterologie en interne geneeskunde.

    Definitie ondervoeding:

    Een acute of chronische toestand waarbij een tekort of disbalans van energie, eiwit en andere voedingsstoffen leidt tot meetbare, nadelige effecten op lichaamssamenstelling, functioneren en klinische resultaten.
    Dit uit zich in algehele malaise, gebrek aan eetlust, gewichtsverlies, vermoeidheid, futloosheid, verminderde kwaliteit van leven.

    Gevolgen ondervoeding

    Slechtere wondgenezing, verminderde functionaliteit, verhoogde kans op complicaties en infecties, hoger risico op sterfte, langere opnameduur, verminderde kwaliteit van leven, verminderde conditie.

    Patiënten kunnen klachten hebben tgv zieke. Daarnaast geeft ondervoeding op zichzelf ook klachten. De klachten beïnvloeden elkaar en er is risico dat de patiënt in een vicieuze cirkel komt. Door goed te voeden kan de patiënt hieruit worden geholpen.

    De behandeling van ondervoeding is een prestatie indicator van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.
    De resultaten van afgelopen jaren tav goede behandeling ondervoeding zijn onvoldoende in ZGT. Daarom is er afgelopen jaar geïnvesteerd in de werkwijze en samenwerking om dit te kunnen verbeteren. Zo zijn er op de verpleegafdeling verpleegkundigen en zorgassistenten aangesteld met aandachtsgebied voeding. Zij hebben o.a als taak 1-2 keer per jaar te overleggen met unithoofd en diëtist om zo waar nodig het proces op de afdeling te optimaliseren.

    Werkwijze en samenwerking

    Om ondervoeding goed te kunnen herkennen en behandelen, is het belangrijk dat bij elke patiënt bij opname de SNAQ vragenlijst wordt afgenomen. (met uitzondering van dagopname, IC, moeder en kind en geboortecentrum). De SNAQ is een methode om te screenen op ondervoeding. Aan de hand van drie vragen krijgt men een score waaruit risico op ondervoeding blijkt. Indien SNAQ score ≥ 3:

    • Aanvinken: ‘consultaanvraag diëtetiek’, hierbij ook de SNAQ score in de order vermelden.
    • Aanvinken ‘voedingslijst bijhouden’
    • Aanvinken ‘beoordelen voedingslijst’ 

    Let op dat alle punten worden aangevinkt voor een goede uitvoering van alle stappen.
    Belangrijk is dat gedurende de opname geen (handmatige) aanpassingen gedaan worden door de verpleegkundige, dus geen aangevinkte opdrachten annuleren.

    Bij SNAQ ≥ 2 krijgt de patiënt energie- en eiwitrijke voeding aangeboden. Met name eiwitrijke voeding is bij ziekte belangrijk. Eiwitten zitten vooral in dierlijke producten als melk(producten) kaas, vlees, vis, kip en ei.

    De diëtist beoordeelt op de vijfde opnamedag aan de hand van de bijgehouden voedingslijst of de voedingsinname van de patiënt voldoende is.
    Zo nodig zal eerder overleg plaatsvinden met andere disciplines en actie worden ondernomen. 

  • >

    ZorgAdviesRaad (ZAR)

     In ZGT praten zorgprofessionals mee over beleid dat de zorg raakt. Dit medezeggenschapsorgaan is de ZorgAdviesRaad (ZAR).

    De zorgadviesraad is binnen het ZGT een medezeggenschapsorgaan dat adviseert over zorg gerelateerd beleid. De leden van de ZAR zijn als zorgverlener werkzaam op diverse afdelingen binnen het ziekenhuis. Eens in de 2 weken komen zij bij elkaar om gevraagd en ongevraagd advies te geven over zorgbeleid binnen het ZGT. Elke 2 maanden zit de ZAR ook bij de raad van bestuur aan tafel voor overleg.

    Bij het opstellen van een advies probeert de ZAR altijd een aantal kernwaarden in acht te nemen. Deze kernwaarden gelden in principe voor elke zorgverlener binnen het ZGT. Dit referentiekader is voor geïnteresseerden te vinden in KIS (Referentiekader, zorgprofessionals in ZGT op weg naar 2020 (ZAR))

    Wil je meer weten over de ZAR? Kijk dan op Klik onder 'Over ZGT  > Zorg Advies Raad (ZAR)'. 

    Als nieuwe medewerker ben je gedurende de inwerkperiode mogelijk nog niet actief aan het denken over medezeggenschap of beleid. Het belangrijkst vinden we dan ook dat je weet dat de ZAR bestaat en je de ZAR, indien nodig, weet te vinden. Je mag vragen/suggesties altijd mailen naar ZAR@zgt.nl.