Onderzoeken
Bij neurologische klachten kan aanvullend onderzoek nodig zijn. Met deze onderzoeken proberen we te achterhalen wat er aan de hand is of sluiten we bepaalde aandoeningen uit. Welke onderzoeken je krijgt, hangt af van je klachten en je persoonlijke situatie.
Een deel van de onderzoeken vindt plaats op de afdeling Klinische Neurofysiologie (KNF). Hier onderzoeken we hoe je hersenen, zenuwen en spieren functioneren. Andere onderzoeken, zoals scans of bloedonderzoek, worden uitgevoerd op andere afdelingen binnen het ziekenhuis.
Je arts bespreekt met je welk onderzoek voor jou nodig is en wat je kunt verwachten.
Functieonderzoeken
Functieonderzoeken laten zien hoe je hersenen, zenuwen en spieren werken. Deze onderzoeken vinden plaats op de afdeling Klinische Neurofysiologie (KNF).
Bij sommige neurologische aandoeningen trekken spieren vanzelf samen. Je hebt daar zelf geen controle over. Dit kan klachten geven. Met een botulinebehandeling zorgen we ervoor dat deze spieren tijdelijk ontspannen.
Bij de behandeling spuit de arts botulinetoxine in één of meerdere spieren. Hierdoor neemt de spierspanning af. Het effect is tijdelijk en houdt meestal twee tot drie maanden aan.
De behandeling vindt plaats op de afdeling Klinische Neurofysiologie (KNF) en wordt uitgevoerd door een neuroloog.
EEG (elektro-encefalogram)
Een EEG is een onderzoek waarbij we de elektrische activiteit van je hersenen meten. Het onderzoek laat zien hoe je hersenen werken. Het kan helpen bij het opsporen van bijvoorbeeld epilepsie of andere problemen met de hersenen.
Tijdens het onderzoek krijg je een soort badmuts op je hoofd. In deze muts zitten ongeveer 20 kleine elektroden. Via een opening wordt gel in de elektroden gedaan. Daarbij kan de huid licht worden aangeraakt of gekrast. Daarnaast plakken we nog enkele losse elektroden op je huid.
Je krijgt een aantal eenvoudige instructies, zoals het openen en sluiten van je ogen. Soms vragen we je om een paar minuten diep in en uit te ademen. Ook kan er een lamp voor je worden geplaatst met korte lichtflitsen in verschillende snelheden.
EEG na slaapdeprivatie
Bij een EEG na slaapdeprivatie meten we de hersenactiviteit nadat je een dag en nacht wakker bent gebleven. Dit kan extra informatie geven over hoe je hersenen werken.
Tijdens het onderzoek voer je eerst dezelfde instructies uit als bij een gewoon EEG. Daarna mag je proberen te slapen.
Een EMG is een onderzoek dat laat zien hoe je zenuwen en spieren werken. We meten hierbij de elektrische activiteit. Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen: het zenuwgeleidingsonderzoek en soms het spieronderzoek.
Bij het zenuwgeleidingsonderzoek plakken we elektroden op je armen en/of benen. Met een klein apparaat geven we korte stroomprikkels. Deze stroomstootjes zijn ongevaarlijk, maar kunnen wel even onaangenaam aanvoelen.
Soms breidt de arts het onderzoek uit met een spieronderzoek. Daarbij prikt de neuroloog met een dun naaldje in een spier. Je wordt dan gevraagd om die spier aan te spannen en weer te ontspannen. Zo kan de arts beoordelen hoe goed de spier werkt.
Evoked potentials zijn onderzoeken waarbij we kijken hoe je hersenen reageren op prikkels van je zintuigen, zoals horen, voelen of zien. Als een zintuig iets waarneemt, sturen de zenuwen kleine elektrische signalen naar de hersenen. Met dit onderzoek meten we hoe snel deze signalen daar aankomen.
Er zijn verschillende soorten Evoked Potential-onderzoeken:
BAEP – gehoorzenuw
Bij dit onderzoek meten we de werking van de gehoorzenuw. Je krijgt via een hoofdtelefoon korte geluidjes te horen. We meten hoe snel het geluid via het oor en de gehoorzenuw naar de hersenstam gaat.
SSEP – gevoelsbanen
Dit onderzoek meet de gevoelsbanen van je armen of benen, via het ruggenmerg naar de hersenen. Tijdens het onderzoek krijg je kleine elektrische prikkels op je arm of been.
DSEP – gevoelsstoornissen
Dit onderzoek gebruiken we om te beoordelen of je een stoornis in het gevoel hebt. We meten hoe een prikkel via de huid, het ruggenmerg en de hersenen wordt doorgegeven. Ook hierbij krijg je kleine elektrische prikkels.
VEP – oogzenuw
Bij dit onderzoek meten we de werking van de oogzenuw. Je kijkt naar beelden op een scherm. We meten hoe snel deze beelden via de ogen en de oogzenuw in de hersenen aankomen.
Deze onderzoeken helpen de arts om de oorzaak van je klachten beter te begrijpen.
Fenolisatie is een behandeling tegen spasticiteit of onbedoelde trillingen van een hand of voet (clonus). Bij deze behandeling krijgt je een injectie.
Fenol is een stof die een zenuw naar een spier gedeeltelijk uitschakelt. Hierdoor trekken de spieren minder sterk samen. Fenolisatie wordt meestal pas ingezet als fysiotherapie of medicijnen niet voldoende helpen. Het effect van fenol kan 3 tot 12 maanden aanhouden.
Soms wordt eerst een marcaïne proefbehandeling gedaan. Marcaïne werkt maar enkele uren. Met deze proefbehandeling kan de arts beoordelen of fenolisatie voor jou zinvol is. Ook marcaïne zorgt ervoor dat een zenuw naar een spier tijdelijk minder goed werkt, waardoor de spasticiteit of clonus afneemt.
De behandeling wordt uitgevoerd door een revalidatiearts. Vooraf wordt met kleine stroomprikkels bepaald waar de injectie precies moet worden gegeven. De behandeling vindt plaats op de afdeling Klinische Neurofysiologie (KNF).
Het OH-onderzoek kijkt hoe je bloeddruk reageert op een snelle verandering van houding, bijvoorbeeld van liggen naar staan. Normaal past je lichaam zich hier snel aan. Soms daalt de bloeddruk te veel.
Als dat gebeurt, kun je klachten krijgen zoals duizeligheid, zwart zien voor de ogen of flauwvallen. Met dit onderzoek brengt de arts deze reactie in beeld.
Een kanteltafeltest onderzoekt hoe je lichaam de bloeddruk en hartslag regelt bij een verandering van houding, bijvoorbeeld van liggen naar staan. Dit samenspel tussen de hersenen en het hart is belangrijk om te voorkomen dat je duizelig wordt of flauwvalt. Soms reageert het lichaam hier niet goed op, waardoor er tijdelijk te weinig bloed naar de hersenen gaat.
Tijdens het onderzoek sluiten we apparatuur aan om je bloeddruk, hartslag en hersenactiviteit te meten. Je ligt op een speciale tafel die langzaam wordt gekanteld van liggend naar bijna staand. Zo proberen we de klachten op een veilige manier op te wekken. Als de klachten niet ontstaan, kan het zijn dat je een medicijn krijgt (nitroglycerine) waardoor de bloedvaten tijdelijk wijder worden.
Bij het Autonoom Functie Onderzoek (AFO) testen we het autonome zenuwstelsel. We gebruiken dezelfde meetapparatuur, maar doen daarnaast extra testen. Je wordt bijvoorbeeld gevraagd om te gaan staan, diep in en uit te ademen en kort krachtig uit te ademen terwijl je mond en neus dicht zijn.
Tremorregistratie is een onderzoek waarbij we kijken naar onbedoelde trillingen van het lichaam. Deze trillingen noemen we een tremor. Het gaat meestal om trillingen van de handen, armen of benen, en soms van het hoofd.
Tijdens het onderzoek plakken we elektroden op je handen en/of benen. Hiermee kunnen we de bewegingen meten. Je krijgt een aantal eenvoudige opdrachten, zodat we goed kunnen zien wanneer en hoe de trillingen optreden.
Videonystagmografie is een onderzoek bij duizeligheid en evenwichtsproblemen. Met dit onderzoek bekijken we hoe je evenwichtsorgaan, de evenwichtszenuw en de hersenen samenwerken. Dit doen we door je oogbewegingen te meten.
Tijdens het onderzoek krijg je een speciale bril op. In de bril zit een kleine camera die je oogbewegingen registreert. Je krijgt verschillende opdrachten om het evenwichtsorgaan te prikkelen. Zo kun je worden gevraagd om naar een stip of patroon te kijken, je hoofd te bewegen en wordt er koud en warm water in elk oor gespoten.
Een zenuwecho is een onderzoek waarbij we met een echoapparaat naar je zenuwen kijken. We brengen de structuur en dikte van de zenuw in beeld. Zo kan de arts zien of er bijvoorbeeld sprake is van een zenuwbeknelling, verdikking of ontsteking. Dit onderzoek wordt soms gedaan in combinatie met een EMG-onderzoek.
Bij het onderzoek gebruiken we geluidsgolven om beelden te maken. Een arts of laborant beweegt een echoapparaat over je huid. De geluidsgolven worden uitgezonden en weer opgevangen, waardoor de zenuwen zichtbaar worden op het scherm.