Hoe vertel ik het mijn kinderen
Je kind vertellen dat je kanker hebt is moeilijk. Op deze pagina vind je tips en ondersteuning om dit gesprek te voeren, op een manier die past bij jouw kind en situatie.
Hoe vertel ik mijn kinderen dat ik kanker heb?
Informatie voor ouders, opa’s en oma’s en verzorgers met kanker en hun partners
Aan je kind vertellen dat je kanker hebt, is heel persoonlijk. Er is geen goede of foute manier. Wel zijn er tips die je kunnen helpen.
En onthoud: het hoeft niet altijd zwaar te zijn. Samen ontspannen en leuke dingen doen blijft belangrijk. Een arm om je schouder, een extra knuffel, samen een spel doen of samen lachen maakt veel verschil.
'Hoe kan het dat zo'n zak met water mama beter maakt, ik zie er namelijk niets inzitten?'
'Toch zit er een heel speciaal stofje in', zegt de dokter. 'Een stofje dat de zieke cellen opspoort en hier als een magneet aan blijft kleven. Hierdoor herkent het lichaam de zieke cel en voert deze af'. 'Wow, superknap!'
Als genezing niet meer mogelijk is
Het is heel normaal dat je het moeilijk vindt om je kind te vertellen dat je doodgaat. Toch is het belangrijk om eerlijk te zijn.
Het is vaak lastig om uit te leggen wanneer dat zal zijn. Je kunt zeggen dat je aan deze ziekte zult overlijden, maar dat artsen niet precies weten wanneer. Je kunt ook uitleggen dat een behandeling niet meer bedoeld is om beter te worden, maar om je leven zo prettig en comfortabel mogelijk te maken.
Vertel je kind dat je hem of haar op de hoogte houdt van veranderingen.
Waar, wanneer en hoe?
Zoek een rustig moment om het je kind te vertellen. Als je meer kinderen hebt, vertel het ze dan tegelijk als dat kan.
Geef niet alle informatie in één keer, maar in brokjes. Kijk niet te ver vooruit.
Geef informatie zo dat je kind het begrijpt en controleer of het kind de informatie begrijpt. Probeer zo weinig mogelijk medische woorden te gebruiken.
Wees eerlijk over wat je vertelt. Zo zorg je ervoor dat je kind je blijft vertrouwen en gaat je kind niet zelf dingen fantaseren.
'Mijn kinderen hadden een heel akelig beeld bij mijn behandeling in het ziekenhuis. Dit werden heuse spookverhalen in hun hoofd. Ik heb toen voorgesteld om voorafgaand aan de behandeling met de kinderen te gaan kijken in het ziekenhuis. Dit heeft ons als gezin enorm geholpen.'
Welke informatie vertel ik aan een kind?
Leg uit wat er de komende dagen en weken gaat gebeuren.
Vertel kinderen wat er gaat gebeuren. Bijvoorbeeld als je kaal wordt van de behandeling of wanneer je naar het ziekenhuis gaat en er iemand anders op hen komt passen.
Herhaal in de komende dagen en weken de informatie nog eens. Zo onthouden en begrijpen kinderen het beter.
Gebruik het woord 'kanker'. Zo voorkom je dat je kind dit woord van anderen hoort met een andere uitleg daarbij.
Sommige kinderen zoeken informatie op internet. Vraag regelmatig wat ze op internet gevonden hebben en praat er samen over. Zo help je ze om te zien wat goede en slechte informatie is.
Het kan ook heel goed zijn om je kind mee te nemen naar je arts. Dan kan je kind aan de arts vragen stellen en over zorgen praten.
Leg uit dat het niemand zijn schuld is dat je kanker hebt gekregen.
Leg uit dat kanker niet besmettelijk is en dat je nog kunt knuffelen. Knuffelen met je kind is juist belangrijk!
Vraag je kind niet om een tekening voor je te maken zodat je weer beter wordt. Leg uit dat je kind niks kan doen om je beter te maken. Maar dat je kind wel iets kan doen om je beter te laten ‘voelen’. Zoals een extra knuffel, samen een spel doen of samen lachen.
Volg je eigen gevoel als ouder. Kijk wat past bij je kind en bij zijn/haar leeftijd en niveau.
'Mag ik in je bed komen liggen zoals ik dat thuis ook altijd doe...? En daar lag ik samen met mijn jongste zoon. Heerlijk. Wat een bijzonder moment.'
Over gevoelens praten
Neem je kind en zijn of haar gevoelens serieus. Praat over de gevoelens van je kind en laat je kind vragen stellen. Ook al weet je niet alle antwoorden, je weet zo wel wat je kind denkt.
Laat je eigen gevoelens zien aan je kind. Dan leert je kind dat het ook gevoelens mag laten zien.
Iedereen reageert anders, kinderen kunnen dus ook heel verschillend reageren. Het ene kind zal beginnen te huilen, de ander wordt heel erg stil en weer een ander zal misschien weglopen naar zijn/haar kamer.
Het kan zijn dat je kind rekening houdt met je gevoelens en er daarom moeilijk met je over kan praten. Als je dat merkt, bespreek dit dan met je kind. Kijk of er een vertrouwd persoon in de buurt is zoals een opa, oma, een ander familielid of goede vriend/vriendin met wie je kind dan wel kan praten.
Hoe vertel ik het op school?
Praat met je kind en de leraar over wát de klas mag weten en wíe dit gaat vertellen. Dat kan je kind zelf zijn of jij. Misschien willen jij en je kind het samen vertellen aan de klas. Praat er ook over hóe jullie het gaan vertellen aan de klas. Je kind beslist wat en hoe je het vertelt. Natuurlijk is het wel belangrijk dat de klas weet wat er aan de hand is, je kind brengt namelijk veel tijd door op school. Hieronder zie je een aantal handige tips en informatiebronnen die jullie samen kunnen gebruiken.
Zorg ervoor dat er één contactpersoon is vanuit school. Bijvoorbeeld een schoolmaatschappelijk werker, een intern begeleider of mentor.
Maak afspraken over wie welk nieuws vertelt.
Betrokkenheid vanuit school is fijn, maar vraag de leraren om goed te kijken of je kind op dat moment over je ziekte wil praten. School is een veilige plek waar je kind zichzelf kan zijn. Let dus op de signalen en kijk wat je kind doet als de leraar over je ziekte begint te praten. Kinderen willen vaak dat op school alles hetzelfde blijft.
Maak afspraken over bijvoorbeeld moederdag of vaderdag. Hoe wil je kind dat hier mee wordt omgegaan op school?
Je kind kan een spreekbeurt maken over kanker, uiteraard alleen als je kind (en jij) dit zelf wil.
Als je binnenkort zal overlijden aan de ziekte, is het belangrijk om de klas hiervoor te waarschuwen. Bespreek samen met de contactpersoon vanuit de school wat jij en je kind prettig vinden.
Ook na het overlijden is het belangrijk om te blijven praten met de school, in overleg met je kind.
Wanneer kan professionele hulp nodig zijn?
De meeste kinderen kunnen weer terugkeren naar het normale dagelijkse leven, ook al zijn ze bezorgd en verdrietig. Ze gaan gewoon naar school, willen afspreken met vrienden en blijven hun hobby's doen. Als je toch bezorgd bent of het gedrag van je kind nog wel een normale reactie is, dan zijn er een aantal signalen om op te letten.
buikpijn
hoofdpijn
slecht slapen
nachtmerries
woede-uitbarstingen
bedplassen
terugval in ontwikkeling of schoolprestaties
teruggetrokken gedrag
somberheid
Heb je vragen of zorgen?
Bespreek dit met je behandelend arts of verpleegkundige (casemanager). Zij kunnen je doorverwijzen naar ons PSOB-team.
Meer informatieTips per leeftijdsfase
Informatie voor ouders, opa’s en oma’s en verzorgers met kanker en hun partners
Kinderen van verschillende leeftijden reageren anders op kanker in het gezin. Daarom hebben we informatie per leeftijdsgroep verzameld. Kies hieronder de leeftijdsfase die past bij je kind.
Zelfs een baby voelt dat dingen anders zijn dan normaal. De vaste structuur kan veranderen. Jij of een andere verzorger gedraagt zich anders of wordt soms tijdelijk vervangen door iemand anders. Je baby kan daardoor onrustig worden, vaker huilen, slechter slapen en moeite krijgen met eten of vaker spugen.
Probeer zoveel mogelijk de dingen te doen zoals je baby gewend is.
Zorg voor een vaste vervanger of oppas als dat nodig is.
Raak je baby zoveel mogelijk aan: houd je baby vast, knuffel, wieg en praat zachtjes. Kun je je baby niet vasthouden, bijvoorbeeld door een operatie? Leg je baby dan even bij je, zodat je hem of haar toch kunt aanraken.
Als dingen anders gaan dan normaal, kan je kind daar last van hebben. Je kind krijgt misschien minder aandacht en er is minder tijd om samen te spelen. Het kan heel boos worden als het zijn zin niet krijgt. Kinderen zijn gevoelig voor jouw humeur. Ze denken soms dat het hun schuld is dat jij verdrietig, bezorgd of bang bent.
Als je kind gestrest of boos is, kan het zich weer gaan gedragen zoals toen het jonger was. Je kind gaat bijvoorbeeld weer in bed plassen of duimzuigen. Sommige kinderen slapen slechter, worden stil of juist erg druk. Anderen vragen aandacht door opvallend of vervelend gedrag.
Probeer de dingen zoveel mogelijk te doen zoals je ze altijd doet.
Zorg voor een vaste vervanger of oppas als dat nodig is.
Vertel deze oppas ook wat je aan je kind vertelt en hoe je dat vertelt. Een duidelijk verhaal geeft je kind veiligheid.
Blijf zoveel mogelijk bij je manier van opvoeden. Verwen je kind niet extra en verander niet steeds de regels. Juist nu heeft je kind behoefte aan duidelijkheid.
Je kind kan gevoelens laten zien tijdens het spelen of in een tekening. Dat is goed.
Je kind kan ineens heel emotioneel reageren op iets wat onbelangrijk lijkt, bijvoorbeeld als iets stuk gaat. Geef ruimte voor die emotie. Het kan zijn dat je kind zo zijn verdriet laat zien.
Lees samen een boekje over kanker. Zo kan je kind jouw gedrag beter begrijpen en weet het dat het niet zijn schuld is dat jij kanker hebt. Kies een boek dat past bij de leeftijd van je kind.
Je uiterlijk kan door de behandeling veranderen, bijvoorbeeld door een borstamputatie of doordat je kaal wordt. Je kind kan dat moeilijk vinden. Praat hier samen over. Laat zien dat je nog steeds dezelfde vader of moeder bent.
Op deze leeftijd lopen fantasie en werkelijkheid door elkaar heen. Vertel daarom hoe het echt is. Anders kunnen er verkeerde ideeën ontstaan.
Brochures en boeken
Mama heeft kanker – Sine Van Mol en Ann De Bode. Prentenboek voor kinderen vanaf 2 jaar.
De longkanker van Opa Ties – A. de Christal. Vanaf 3 jaar.
Mama’s borst is ziek – Hanneke de Jager. Leeftijd 3–6 jaar.
Mamma heeft bloot haar – H. Karthaus. Leeftijd 3–8 jaar.
Radio-Robbie en zijn gevecht tegen de slechte kankercellen – Naafs-Wilstra. Vanaf 4 jaar.
Grote boom is ziek – Nathalie Slosse. Vanaf 4 jaar.
Toverdruppels – Nathalie Slosse. Vanaf 4 jaar.
Joost en het gemene spookje. Leeftijd 4–8 jaar.
De tuin van Jonas – Brigitte Mercier-Schuermans. Uitgave: Stichting tegen Kanker. Leeftijd 4–12 jaar.
Doe boek voor ouders en kinderen – Wendy Bassant & Peter Swart. Vanaf 5 jaar.
Het hart van mama – Pascale de Snijder. Leeftijd 5–8 jaar.
Kinderen in deze leeftijd begrijpen beter wat er aan de hand is en waarom dingen anders gaan dan normaal. Ze zijn vaak extra geïnteresseerd in feiten. Je kind kan zich verantwoordelijk voelen en dit laten zien door hulp aan te bieden. Soms wordt een kind hierdoor sneller serieus of volwassen voor zijn leeftijd.
Het kan ook zijn dat je kind niet reageert, er niet over wil praten of wegloopt als het woord kanker wordt genoemd. Sommige kinderen laten hun gevoelens niet zien, omdat ze denken dat jij al ongerust genoeg bent.
Je kind kan ook angstig of verdrietig zijn zonder dat jij dat merkt. Op school kan het gedrag veranderen of kunnen de cijfers achteruitgaan. Sommige kinderen maken zich zorgen over hun eigen gezondheid of toekomst.
De vaste structuur van eten, spelen, slapen, school en huiswerk blijft belangrijk. Probeer dit zoveel mogelijk hetzelfde te houden.
Blijf zoveel mogelijk bij je manier van opvoeden. Verwen je kind niet extra en verander niet steeds de regels. Juist nu heeft je kind behoefte aan duidelijkheid.
Geef je kind ruimte om angst en verdriet te laten zien. Laat ook zien dat jij soms verdrietig of bang bent, zonder je kind te overspoelen met je emoties. Sommige kinderen vinden het fijn om te schrijven of tekenen over wat er aan de hand is. Andere kinderen verwerken het in hun spel of gebruiken muziek of sport om hun emoties te uiten.
Geef duidelijke informatie over je ziekte en behandeling. Vertel ook wanneer er iets verandert, bijvoorbeeld als je uiterlijk verandert of als je ziek wordt van de behandeling. Boekjes en websites kunnen daarbij helpen.
Neem je kind af en toe mee naar het ziekenhuis, maar niet als het dat echt niet wil. Vertel vooraf wat er gaat gebeuren. Bijvoorbeeld dat het andere zieke mensen ziet of dat je een infuus krijgt. Laat weten dat je kind vragen mag stellen aan de dokter of verpleegkundige.
Vertel de school wat er aan de hand is. Zo weet de leraar dat het gedrag van je kind kan veranderen en kan er extra aandacht of begeleiding worden gegeven. Vertel je kind wat jij op school wilt bespreken en vraag wat het zelf wil vertellen. Houd tijdens je ziekte regelmatig contact met de school.
Brochures en boeken
De tuin van Jonas – Brigitte Mercier-Schuermans. Uitgave: Stichting tegen Kanker. Leeftijd 4–12 jaar.
Mamma heeft bloot haar – H. Karthaus. Leeftijd 3–8 jaar.
Joost en het gemene spookje. Leeftijd 4–8 jaar.
Doe boek voor ouders en kinderen – Wendy Bassant & Peter Swart. Vanaf 5 jaar.
Het hart van mama – Pascale de Snijder. Leeftijd 5–8 jaar.
Knkrwrdnbk – Woordenboek voor kinderen met een vader of moeder met kanker. Leeftijd 6–12. Door Nel Kleverlaan.
Immuno-Lisa. Leeftijd 5–8 jaar. Een prentenboekje dat in eenvoudige woorden en aan de hand van kleurrijke tekeningen uitlegt wat kanker is en wat immunotherapie doet.
Mamma heeft een knobbeltje – Pieke Stuvel. Vanaf 10 jaar.
Gewoon pech – Esther Smid. Vanaf 11 jaar.
Het grote Klokhuisboek – Fiona Rempt. Leeftijd 9–12 jaar.
Twee tieten in een envelop – Wim Daniëls. Vanaf 10 jaar.
Ik ben Jack! Jack leert over kanker – Daniëlle van Caspel & Angelique van Staveren. Voor kinderen in de basisschoolleeftijd.
Film
Storm – Vijf kinderen (6–8 jaar) die een moeder of vader met kanker hebben, vertellen aan vogel Storm hoe ze met de situatie omgaan (KWF-film).
Praten met pubers kan lastig zijn. De invloed van de wereld buiten het gezin wordt steeds groter, vooral die van leeftijdsgenoten. Pubers maken zich los van het gezin. Als één van de ouders kanker heeft, kan dit proces verstoord worden. Je puber kan zich bijvoorbeeld verantwoordelijk gaan voelen voor het gezin of zich schuldig voelen omdat hij of zij vaker bij vrienden wil zijn.
Sommige pubers willen thuis de rol van de zieke ouder overnemen. Ze vinden school minder belangrijk, gaan spijbelen of halen slechte cijfers. Soms willen ze alleen zijn en hebben ze minder contact met vrienden en familie. Hun zelfvertrouwen kan afnemen. Het kan lijken alsof het ze niets interesseert, maar dat is meestal niet zo. Ze kunnen boos zijn of bang zijn dat ze zelf ook kanker krijgen.
Probeer het dagelijkse ritme van eten, huiswerk maken, sporten en op tijd naar bed gaan zoveel mogelijk hetzelfde te houden. Verander de regels niet te veel.
Geef je kind kleinere taken in het huishouden als dat nodig is of als je kind dat zelf wil, zoals stofzuigen, grasmaaien of afwassen. Draag niet het hele huishouden over. Het is belangrijk dat het eigen leven van je kind doorgaat.
Geef eerlijke en duidelijke informatie over kanker en ga vragen of discussies niet uit de weg. Wil je puber niet praten? Zeg dan dat je dat respecteert. Geef toch de nodige informatie. Misschien wil je kind er op een later moment wel over praten, met jou of met iemand anders die hij of zij vertrouwt.
Pubers zijn vaak bezig met hun uiterlijk en kunnen zich schamen voor jouw veranderde uiterlijk. Praat daar samen over en maak afspraken over wat prettig is als er vrienden langskomen.
Heeft je kind moeite om gevoelens te uiten? Stimuleer dan dat je kind praat met iemand bij wie het zich veilig voelt. Schrijven in een dagboek kan helpen, maar ook sporten, muziek luisteren of muziek maken.
De meeste pubers zoeken informatie op internet. Vraag of je kind dat ook heeft gedaan en wat hij of zij heeft gelezen. Er zijn ook boeken die geschikt zijn voor pubers.
Neem je kind af en toe mee naar het ziekenhuis voor een controle of behandeling, maar alleen als je kind dat wil. Leg uit wat er gaat gebeuren, bijvoorbeeld dat er andere zieke mensen zijn of dat je een infuus krijgt. Laat weten dat je kind vragen mag stellen aan de dokter of verpleegkundige.
Vertel de school wat er aan de hand is, maar overleg dit met je kind. Een mentor kan het gedrag van je kind in de gaten houden en hulp of begeleiding regelen als dat nodig is. Misschien wil je kind een werkstuk of presentatie over kanker maken. Stimuleer dat, maar laat de keuze bij je kind.
Folders, links en leestips voor ouders, kinderen en leerkrachten
Een overzicht van websites, boeken en lesmateriaal die je kunnen ondersteunen als ouder, kind of leerkracht wanneer kanker in het gezin speelt. Veerkrachtbijkindertranen.nl
Deze informatie is gemaakt met hulp van zorgverleners, patiënten en bestaande betrouwbare informatie.
Stichting Komma – helpt ongeneeslijk zieke ouders kosteloos een blijvende herinnering na te laten aan hun kinderen
Kanker in het gezin – Ingeborg Douwes Stichting
Kinderen helpen bij verlies – Manu Keirse
Als kanker je gezin treft – Leoniek van der Maarel
ByNel – 51 columns over veerkracht, door Nel Kleverlaan
Ben effe weg – Irene Jansen
Kankervrij!? – Sheila R. Prins-Knight
Wanneer je als ouder kanker hebt – Dineke Verkaik (2020)