Slaapcentrum voor kinderen
Slaapt je kind slecht? In het kinderslaapcentrum ondersteunen we kinderen en ouders bij het onderzoeken en behandelen van slaapproblemen.

Een goede nachtrust is belangrijk om overdag goed te kunnen functioneren, vooral voor (jonge) kinderen. Tijdens de slaap herstelt het lichaam en bouwt je kind energie op voor de volgende dag. Kinderen die nog groeien, hebben extra slaap nodig voor hun groei en ontwikkeling. Je kind slaapt voldoende als herstel en groei zonder problemen verlopen.
Heeft je kind slaapproblemen? Met een geldige verwijzing van je arts of van de arts van het consultatiebureau kun je samen met je kind terecht bij het kinderslaapcentrum. We zoeken naar de oorzaak van de slaapproblemen en werken samen aan een passende oplossing.
Slaap en ontwikkeling bij kinderen
Elk kind slaapt wel eens slecht. Dat betekent niet meteen dat er sprake is van een slaapstoornis. Extra aandacht is nodig als je kind langer dan vier weken slecht slaapt en overdag klachten heeft door het slechte slapen.
Slaapstoornissen bij kinderen worden niet altijd herkend. Ongeveer 30 procent van de kinderen heeft slaapproblemen. Deze kunnen invloed hebben op gedrag, concentratie, leren en groei. Ook lichamelijke klachten, zoals hoofdpijn en buikpijn, komen vaker voor. Een slaapprobleem raakt daarom vaak het hele gezin.
Slaapproblemen uiten zich verschillend per leeftijd. Jonge kinderen hebben vaker moeite met inslapen en doorslapen, terwijl oudere kinderen vooral problemen kunnen hebben met inslapen en wakker worden.
Hoeveel slaap een kind nodig heeft, verschilt per kind en hangt af van leeftijd, leefstijl, leefomstandigheden en gezondheid. Samen kijken we wat er bij jouw kind speelt en wat nodig is om de slaap te verbeteren.
Onze werkwijze
Samen met jou en je kind werken we aan het behandelen van het slaapprobleem. Het verzamelen van informatie is daarbij een belangrijke eerste stap.
Het eerste gesprek vindt plaats bij een kinderarts, eventueel samen met een medisch pedagogisch zorgverlener, op de ZGT-locatie in Hengelo. We bespreken de slaapkalender en vragenlijst, doen meestal lichamelijk onderzoek en brengen de groei van je kind in kaart.
Als dat nodig is, volgen aanvullende onderzoeken, zoals bloed- of urineonderzoek of een slaaponderzoek. Daarna bekijken we welke behandeling het meest passend is voor jouw kind.
Slaaponderzoeken
Om de oorzaak van slaapproblemen bij je kind goed in beeld te krijgen, kunnen verschillende onderzoeken nodig zijn. Welke onderzoeken dit zijn, hangt af van de klachten en het slaappatroon van je kind.
Polygrafie is een onderzoek waarbij de ademhaling tijdens de slaap wordt gemeten. Hierbij registreren we verschillende lichaamsfuncties, zonder dat de hersenactiviteit met een EEG wordt gemeten. Zo krijgen we inzicht in de kwaliteit van de ademhaling tijdens de slaap.
Patiëntinformatie
Download: Slaaponderzoek bij kinderen (Polygrafie), poliklinisch en klinisch (PDF)
Bij een polysomnografie meten we de kwaliteit van de slaap en de ademhaling. We registreren verschillende lichaamsfuncties, zoals het slaappatroon, de ademhaling, het hartritme en de beenbewegingen.
Patiëntinformatie
Download: Slaaponderzoek bij kinderen
Video: Slaaponderzoek bij kinderen
Met een actigrafieonderzoek brengen we gedurende één week verschillende aspecten van het slaap-waakpatroon in kaart. Je kind draagt hiervoor een actiwatch: een kleine computer die als horloge wordt gedragen en bewegingen registreert.
Patiëntinformatie
Download: Actigrafie bij kinderen (PDF)
Melatonine is een hormoon dat in de hersenen wordt aangemaakt en ervoor zorgt dat je slaperig wordt als het donker wordt. Met dit onderzoek meten we de aanmaak van melatonine in het speeksel. De test doe je thuis zelf. Zo krijgen we inzicht in hoe de biologische klok is ingesteld.
Slaapproblemen bij kinderen
Bij kinderen kunnen verschillende slaapproblemen voorkomen. De meest voorkomende slaapproblemen worden kort toegelicht, met praktische tips en aandachtspunten.
Veel slaapproblemen bij kinderen hebben te maken met gedrag. Dit kan komen door spannende situaties, verdriet of een onduidelijke dagindeling. Kinderen hebben dan vaak hun ouders nodig om in slaap te vallen. Dit zien we vooral bij jonge kinderen, zoals peuters.
Behandeling en begeleiding
Samen met een medisch pedagogisch zorgverlener wordt een slaapplan opgesteld. In de meeste gevallen is verder onderzoek niet nodig.
Patiëntinformatie
Download: Slaapproblemen bij kinderen
Narcolepsie is een chronische neurologische aandoening. Je kind kan hierbij overdag extreem slaperig zijn en plotseling in slaap vallen. Dit kan samengaan met korte momenten van spierverslapping door emoties (kataplexie), slaapverlamming of zeer levendige dromen. Narcolepsie komt voor bij ongeveer 1 op de 6.000 kinderen en begint meestal vanaf de leeftijd van 10 jaar.
Behandeling en ondersteuning
Narcolepsie is niet te genezen. Met geplande dutjes en medicijnen kunnen de klachten vaak wel worden verminderd.
Kinderen met rusteloze benen hebben vaak moeite met inslapen. Ze ervaren een onaangenaam gevoel in de benen dat vermindert zodra ze de benen bewegen. Dit gevoel ontstaat meestal in zittende of liggende houding en is voor kinderen vaak lastig te beschrijven.
Ook groeipijnen kunnen wijzen op rusteloze benen. De aandoening komt vaak in families voor. Daarnaast kan een ijzertekort een rol spelen.
Hoofdbonken is een herhaalde, ritmische beweging van het hoofd of lichaam bij het inslapen. Hoofdbonken komt vaker voorkomt bij kinderen met een ontwikkelingsachterstand. Het hoofdbonken zelf heeft geen negatieve invloed op de ontwikkeling.
Het is belangrijk het kind te beschermen tegen verwondingen. Meestal verdwijnt het hoofdbonken voor de leeftijd van vier jaar.
Snurken is een teken van een verhoogde weerstand van de bovenste luchtweg.
Bij sommige kinderen is de weerstand in de bovenste luchtweg zo hoog dat de ademhaling tijdens de slaap tijdelijk stopt. Er komt dan geen lucht door de keel of luchtpijp en er gaat geen zuurstof naar de longen. Dit kan meerdere keren per nacht gebeuren.
Tijdens zo’n ademstop geven de hersenen een seintje om weer te gaan ademen. Je kind slaapt daardoor onrustig of wordt kort wakker. Dit verstoort de nachtrust en kan zorgen voor vermoeidheid overdag. We noemen dit het obstructief slaapapneusyndroom (OSAS).
OSAS komt vaker voor bij kinderen met overgewicht en bij kinderen met vergrote keelamandelen. Ook kinderen met een syndroom (zoals het syndroom van Down), aangeboren afwijkingen of spierzwakte hebben een grotere kans op OSAS.
De biologische klok regelt het slaap-waakritme. Ieder kind heeft een eigen ritme. Zo zijn er ochtendmensen en avondmensen. Als het ritme van je kind meer dan drie uur afwijkt van wat normaal is voor de leeftijd, kan er sprake zijn van een stoornis van de biologische klok.
Het ritme kan te vroeg liggen (vervroegd slaapritme) of te laat (vertraagd slaapritme). Een vertraagd slaapritme komt het meest voor bij pubers. Kinderen met een vertraagd slaapritme hebben moeite met inslapen, maar slapen daarna vaak goed door. In de ochtend is wakker worden lastig en overdag kunnen zij slaperig zijn.
Beeldschermen en cafeïne spelen hierbij vaak een grote rol. Het hormoon melatonine stuurt de biologische klok aan. Melatonine wordt aangemaakt in de hersenen en de aanmaak wordt geremd door licht. Met een melatoninebepaling in het speeksel kan worden onderzocht of je kind een stoornis van de biologische klok heeft.
Bij sommige kinderen komt ongewenst gedrag tijdens de slaap voor, zoals nachtelijke paniekaanvallen of slaapwandelen.
Nachtelijke paniekaanvallen worden ook wel sleep terrors of pavor nocturnus genoemd. Ze komen vooral voor bij kinderen tussen de 3 en 12 jaar. Het kind schrikt plotseling wakker uit een diepe slaap, is erg angstig en verward en reageert niet op contact.
Slaapwandelen komt meestal vroeg in de nacht voor. Kinderen lopen dan slapend door het huis met hun ogen open. Dit komt het vaakst voor bij kinderen tussen de 4 en 8 jaar en verdwijnt meestal vanzelf na het tiende levensjaar.
Nachtelijke paniekaanvallen zijn niet schadelijk. De volgende dag weet het kind hier meestal niets meer van, anders dan bij een nachtmerrie. Bij slaapwandelen is het belangrijk om de omgeving zo veilig mogelijk te maken.
Het team
Contact en locatie
De polikliniek is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 tot 12.30 uur en van 13.00 tot 16.30 uur via
088 708 53 15.
| Afdeling | Locatie | Routenummer | |
|---|---|---|---|
Kinderslaapcentrum | Hengelo | 0.11 |


