Blaaskanker
Blaaskanker komt vrij veel voor. In Nederland wordt deze diagnose elk jaar bij ongeveer 5.000 mensen vastgesteld. Bij mannen staat blaaskanker op plaats vier van de meest voorkomende tumorsoorten. Bij vrouwen staat deze vorm van kanker op plaats acht.
Soorten blaaskanker
Bij blaaskanker wordt onderscheid gemaakt tussen twee vormen. Dit onderscheid is belangrijk, omdat de behandeling verschillend is. Ook is de prognose bij niet-spierinvasieve blaaskanker beter dan bij spierinvasieve blaaskanker.
Niet-spierinvasieve blaaskanker
Bij niet-spierinvasieve blaaskanker blijft de tumorgroei beperkt tot het blaasslijmvlies (urotheel) of de bindweefsellaag daaronder. De tumor is dan niet ingegroeid in de spierlaag van de blaaswand.
Spierinvasieve blaaskanker
Bij spierinvasieve blaaskanker is de tumor ingegroeid in de spierlaag van de blaaswand. Hierdoor neemt de kans toe dat kankercellen losraken en zich verder in het lichaam verspreiden.
Bij deze vorm wordt met een CT-scan onderzocht of er uitzaaiingen zichtbaar zijn in de lymfeklieren of longen. Aanvullend onderzoek is nodig om een goed behandelplan op te stellen en om de kans op een behandeling die gericht is op genezing in te schatten.
Het zorgproces bij blaaskanker
Om vast te stellen of je blaaskanker hebt en welke behandeling het beste bij je past, doorloop je een aantal stappen.
Blaaskanker kan worden vastgesteld met verschillende onderzoeken. Dit zijn radiologisch onderzoek, urineonderzoek en een kijkonderzoek van de blaas op de polikliniek urologie. Dit kijkonderzoek heet een cystoscopie.
Voor het stellen van de diagnose wordt weefsel uit de blaas verwijderd via de plasbuis. Dit heet een trans-urethrale resectie (TUR). Het verwijderde weefsel wordt daarna onderzocht onder de microscoop.
Met dit onderzoek wordt vastgesteld of het weefsel kwaadaardig is en of de tumor is ingegroeid in de diepere laag van de blaaswand. Een blaaspoliep is vrijwel altijd kanker.
De behandeling van blaaskanker vindt plaats binnen het Oncologisch centrum van Ziekenhuisgroep Twente. Een multidisciplinair team van medisch specialisten werkt samen om de best mogelijke behandeling en zorg te bieden.
In de periode van onderzoek en behandeling heb je één vast aanspreekpunt: de uro-oncologieverpleegkundige. Met vragen kun je altijd bij haar terecht. Zij ondersteunt je gedurende het hele traject.
Bij de behandeling van blaaskanker wordt onderscheid gemaakt tussen:
niet-spierinvasieve blaaskanker
spierinvasieve blaaskanker
Welke behandeling wordt ingezet, hangt af van deze indeling en van jouw persoonlijke situatie.
Bij spierinvasieve blaaskanker vindt overleg plaats binnen het multidisciplinaire uro-oncologieteam. In dit team werken verschillende specialisten samen, waaronder urologen, radiologen, radiotherapeuten, internist-oncologen, pathologen en uro-oncologieverpleegkundigen.
Als alle onderzoeksgegevens bekend zijn, wordt jouw situatie vanuit de verschillende specialismen bekeken. Zo wordt de best mogelijke zorg bepaald.
De onderzoeksuitslagen en je lichamelijke conditie bepalen het behandeladvies. De uroloog bespreekt de uitkomst van het multidisciplinaire overleg met je. Samen stellen jullie een behandelplan op dat past bij jouw situatie.
Na het gesprek met de uroloog volgt een gesprek met de uro-oncologieverpleegkundige. Zij verzorgt de (schriftelijke) informatie die nodig is ter voorbereiding op de behandeling en beantwoordt je vragen.
De zorg stopt niet wanneer de behandeling is afgerond. Je gezondheid wordt periodiek gevolgd, zodat bij veranderingen snel kan worden ingespeeld.
Vragen of klachten die te maken hebben met de ziekte of behandeling kun je altijd bespreken met je uroloog of uro-oncologieverpleegkundige.
Na de behandeling kunnen vragen ontstaan over onderwerpen zoals incontinentie, seksualiteit of pijn. Ook problemen op psychosociaal gebied kunnen aan de orde komen.
De uro-oncologieverpleegkundige kan je vragen een lastmeter in te vullen. Deze vragenlijst brengt in kaart of je klachten ervaart en op welk gebied. Op basis van de uitkomst kan ondersteuning worden geadviseerd, bijvoorbeeld door een medisch maatschappelijk werker, geestelijk verzorger, klinisch psycholoog, seksuoloog of fysiotherapeut.

Download infographic: Feiten en cijfers over blaaskanker in ZGT (PDF)