Behandeling diabetische voet

Bij een diabetische voet is een goede en tijdige behandeling belangrijk. De behandeling bestaat vaak uit meerdere onderdelen en wordt altijd afgestemd op jouw situatie.

Uitgangspunten van de behandeling

De behandeling van een diabetische voetwond richt zich op vijf belangrijke onderdelen:

  • ontlasting van de wond en bescherming van de huid;

  • verbeteren van de doorbloeding;

  • behandelen van infecties;

  • goede instelling van de diabetes en behandeling van andere aandoeningen;

  • lokale wondzorg.

Binnen ZGT hebben we de expertise om diabetische voetwonden zorgvuldig te behandelen. Je kunt bij ons terecht voor behandeling of voor een second opinion als je twijfelt over de genezing van je voet.

Klikhierom cookies te accepteren en de content te bekijken.
De behandeling van een diabetische voet

Wondbehandeling

De behandeling van een diabetische voetwond is altijd breed en richt zich op alle factoren die de genezing beïnvloeden.

Bij een diabetische voet kunnen drie soorten wonden voorkomen:

  • Neuropathische wonden

    Deze ontstaan door verminderd gevoel in de voet (neuropathie).

  • Ischemische wonden

    Deze ontstaan door een verminderde bloedtoevoer (ischemie).

  • Neuro-ischemische wonden

    Hierbij is sprake van zowel verminderd gevoel als een verminderde bloedtoevoer.

Bij alle diabetische voetwonden starten we een brede behandeling. Hierbij houden we rekening met:

  • mogelijke infecties;

  • de bloedtoevoer naar de voet;

  • drukontlasting;

  • het verwijderen van niet-levend weefsel (debridement);

  • lokale wondbehandeling;

  • het stabiliseren van de bloedsuikers;

  • het optimaliseren van de voedingstoestand.

Een infectie wordt altijd als eerste behandeld. Daarna richten we ons op het wegnemen van de oorzaak van de wond en factoren die de wond in stand houden.

Bij een diepe infectie is soms een ziekenhuisopname nodig. Dit is nodig om de infectie snel en veilig te behandelen en verdere schade aan de voet of het been te voorkomen.

Bij lokale wondzorg is het belangrijk dat de wond in een optimale conditie komt om te genezen. Dat betekent:

  • voldoende bloedtoevoer;

  • voldoende drukontlasting;

  • een zo laag mogelijk risico op infectie.

De wond wordt regelmatig beoordeeld en verzorgd. Reinigen kan met water of natriumchloride en hoeft niet steriel te zijn. Daarna gebruiken we een steriel verband dat zorgt voor een vochtig wondmilieu en het vocht goed opneemt.

Bij een ernstig tekort aan bloedtoevoer wordt de wond tijdelijk droog en steriel behandeld om het infectierisico zo klein mogelijk te houden.

Drukontlasting (offloading)

Verhoogde druk op de voet is een belangrijke oorzaak van diabetische voetproblemen. Drukontlasting is daarom een essentieel onderdeel van de behandeling.

Offloading betekent dat de druk op de voet wordt weggenomen. Verhoogde druk kan ontstaan door een veranderde voetvorm of slecht passend schoeisel. Het lichaam reageert hierop met eeltvorming, wat de druk verder verhoogt en kan leiden tot wonden.

Offloading begint met het regelmatig verwijderen van eelt door een zorgverlener of erkende voetverzorger. Ook wordt het schoeisel altijd beoordeeld.

Als er een wond is, moet de druk op een andere manier worden verminderd. Bedrust is meestal niet haalbaar en krukken of een rolstoel zijn vaak geen goede oplossing.

Mogelijke vormen van offloading zijn:

  • vilt en foam;

  • speciale verbandschoenen of voorvoet-ontlastende schoenen;

  • schoenen met een afgeronde afwikkelzool;

  • een gipslaars of gipsschoen.

De gipslaars is de meest effectieve behandeling. In ZGT is hiervoor een speciale gipsschoen ontwikkeld, de MABAL-schoen. Hiermee zijn goede resultaten behaald en kunnen veel mensen blijven lopen tijdens de behandeling.

Onderzoek naar de doorbloeding

Bij een diabetische voetwond onderzoeken we altijd de bloedtoevoer naar de voeten.

Tijdens het eerste bezoek stellen we vragen over klachten die kunnen wijzen op vaatlijden, zoals pijn bij het lopen of wonden die niet genezen. Daarna onderzoeken we je voeten en benen en controleren we of de slagaders goed te voelen zijn.

Als dat nodig is, vragen we aanvullend onderzoek aan.

Aanvullend onderzoek kan bestaan uit:

Teendruk en enkel/arm-index

Hierbij vergelijken we de bloeddruk in de arm en het been. Een lagere druk in het been kan wijzen op vaatlijden.

Duplexonderzoek

Een echo van de bloedvaten waarmee vernauwingen zichtbaar worden.

CT-scan of MRI-scan

Met contrastmiddel worden de bloedvaten gedetailleerd in beeld gebracht.

Angiografie (dotterprocedure)

Hierbij kunnen vernauwingen in de bloedvaten direct worden behandeld met een ballon of stent.

Kleine chirurgische ingrepen

Bij standsafwijkingen van de tenen kan een kleine operatie nodig zijn om druk te verminderen en wondgenezing te verbeteren.

Klauw- en hamertenen kunnen zorgen voor terugkerende druk op de tenen. Dit kan leiden tot eeltvorming of wondjes. Als de bloedtoevoer goed is en de teen passief gestrekt kan worden, is een kleine poliklinische ingreep mogelijk.

De ingreep gebeurt onder plaatselijke verdoving. Via een klein sneetje wordt de buigpees van de teen doorgesneden. Na de ingreep krijg je een drukverband en mag je de voet 24 uur niet belasten. Daarna kun je je dagelijkse activiteiten hervatten, afhankelijk van je klachten.

Een week later volgt een controle. Door het verminderen van de druk geneest het wondje meestal beter.

Behandeling van vaatlijden

Een verminderde doorbloeding kan de genezing van voetwonden ernstig belemmeren. Daarom behandelen we vaatlijden waar mogelijk.

De behandeling hangt af van de plaats en ernst van de vaatproblemen. Mogelijke behandelingen zijn:

  • een dotterbehandeling, waarbij een vernauwing met een ballon wordt opgerekt;

  • het plaatsen van een stent;

  • een operatie, zoals het opheffen van een vernauwing of het aanleggen van een bypass;

  • soms een combinatie van deze behandelingen.

Ook de kleinere bloedvaten rond de enkel en voet kunnen tegenwoordig behandeld worden. Welke behandeling het meest geschikt is, verschilt per persoon.