Behandeling van nierkanker
Als bij jou nierkanker is vastgesteld, bespreekt de uroloog samen met andere specialisten welke behandeling het beste bij jouw situatie past. De behandeling is afhankelijk van onder andere het type nierkanker, de grootte van de tumor en of er sprake is van uitzaaiingen.
De behandeling van nierkanker vindt plaats binnen het Oncologisch centrum van Ziekenhuisgroep Twente. Een multidisciplinair team van specialisten werkt samen aan jouw behandeling.
Operatie bij niercelkanker zonder uitzaaiingen
Als de tumor beperkt is tot de nier (lokale ziekte), is een operatie meestal de eerste behandeling. De uroloog verwijdert hierbij de tumor uit de nier.
In principe wordt deze operatie uitgevoerd als een kijkoperatie (laparoscopie). In ZGT gebeurt dit met hulp van de Da Vinci Xi operatierobot, op de ziekenhuislocatie Almelo.
Voordelen van een kijkoperatie met operatierobot
Een robot-geassisteerde kijkoperatie heeft verschillende voordelen:
minder bloedverlies
kleinere littekens
sneller herstel na de operatie
Als het technisch mogelijk is, probeert de uroloog tijdens de operatie alleen de tumor te verwijderen en zoveel mogelijk gezond nierweefsel te sparen.
Wat gebeurt er tijdens de operatie?
Tijdens de operatie:
worden de bloedvaten van de nier tijdelijk afgeklemd
wordt de niertumor uit de nier gesneden
worden kleine bloedvaatjes gesloten met hechtingen
wordt het nierkapsel weer gehecht
Behandeling bij niercelkanker met uitzaaiingen
Als de niercelkanker is uitgezaaid, verwijst de uroloog je naar de medisch oncoloog. Deze arts bespreekt met jou of een behandeling met medicijnen mogelijk is.
Voorbeelden van medicamenteuze behandelingen zijn:
immunotherapie
angiogeneseremmers
celcyclusremmende medicijnen
Het doel van deze behandelingen is het verminderen van klachten en/of het verlengen van de levensverwachting.
Of je in aanmerking komt voor een behandeling met medicijnen hangt af van:
de plaats van de uitzaaiingen
welke organen zijn aangetast
het type niercelkanker
vastgestelde medische criteria die bepalen in welke risicogroep je valt
Operatie bij uitzaaiingen
Soms wordt de niertumor ook bij uitgezaaide ziekte alsnog verwijderd. Dit kan nodig zijn als je klachten hebt van de tumor, bijvoorbeeld:
als de tumor doorgroeit naar andere organen
als je veel bloed verliest via de urine
De uroloog bespreekt dit altijd zorgvuldig met je.
Tumor vernietigende behandelingen (cryoablatie en RFA)
Bij niercelkanker is het soms mogelijk de tumor te behandelen zonder een grote operatie. Dit kan met technieken die de tumor bevriezen of verhitten.
Cryoablatie (bevriezen)
Bij cryoablatie wordt de tumor bevroren. Hierdoor sterven de kankercellen af.
Radiofrequente ablatie (RFA)
Bij radiofrequente ablatie wordt de tumor verhit met behulp van radiogolven. Door de hitte sterven de kankercellen af.
Deze behandelingen worden uitgevoerd door een interventieradioloog. Via een kleine aanprikplaats in de huid wordt een naald of instrument naar de tumor gebracht.
Voordelen van deze behandelingen
geen grote operatie nodig
dood tumorweefsel kan in het lichaam blijven
het lichaam ruimt het dode weefsel zelf op
Of je voor deze behandeling in aanmerking komt, bespreekt de uroloog met je.
Verwijderen van de nier (nefrectomie)
Een andere behandelmogelijkheid bij niercelkanker is het verwijderen van de nier. Dit heet een nefrectomie.
Er zijn twee vormen.
Partiële nefrectomie: een deel van de nier wordt verwijderd
Radicale nefrectomie: de hele nier wordt verwijderd
Deze operatie kan worden uitgevoerd als een gewone operatie of als een kijkoperatie. Welke vorm voor jou geschikt is, hangt af van de grootte en ligging van de tumor en van je algemene gezondheid.
Resultaten en mogelijke risico’s
Na een behandeling voor nierkanker is het goed om te weten wat je kunt verwachten. Na een nieroperatie verblijf je meestal ongeveer drie dagen in het ziekenhuis. Hoe lang je precies opgenomen bent, verschilt per persoon en hangt af van het type operatie en hoe snel je herstelt.
Elke operatie brengt risico’s met zich mee. Zo kunnen er complicaties optreden, zoals een nabloeding, een wondinfectie of problemen met de darmen. In de meeste gevallen zijn deze complicaties mild en goed te behandelen. Ernstige complicaties komen weinig voor. Als er tijdens of na de behandeling iets bijzonders optreedt, bespreekt je arts dit altijd met je en kijken we samen wat nodig is voor een goed herstel.