Kwaliteit
Bij ZGT staat kwalitatief goede, veilige en gastvrije zorg centraal.
Om de kwaliteit van de zorg te bewaken en continu te verbeteren, werkt ZGT met een organisatiebreed kwaliteitssysteem. Dit systeem helpt om processen goed te organiseren, inzicht te houden en waar nodig te verbeteren
Hoe werkt het kwaliteitssysteem?
Ons kwaliteitssysteem is zorgvuldig ingericht en vertrekt vanuit het perspectief van de patiënt. Zo sluiten onze zorg en werkwijzen aan op wat onze patiënten nodig hebben.
Voor de stappen in het zorgproces werken we met duidelijke, actuele protocollen. Dit zorgt voor uniformiteit en hoge kwaliteit van zorg.
1. Interne toetsing
We toetsen onze werkwijzen regelmatig met interne audits. Op basis van deze uitkomsten sturen we bij en verbeteren we continu. Zo borgen we kwaliteit en patiëntveiligheid.
2. Externe toetsing
Naast de interne toetsing, wordt de kwaliteit van zorg in ZGT ook extern getoetst. ZGT wordt sinds 2011 getoetst door Qualicor Europe (voorheen het Nederlands Instituut voor Accreditatie van Ziekenhuizen, NIAZ).
Sinds 2012 is ZGT officieel geaccrediteerd door Qualicor. Dat betekent dat de zorg voldoet aan vastgestelde normen en eisen.
In september 2024 is ZGT Diamant geaccrediteerd door Qualicor Europe.
Inzicht in kwaliteit en veiligheid
Wil je weten hoe ZGT scoort op Kwaliteit en Veiligheid? Op Ziekenhuischeck.nl kun je zien hoe ZGT scoort op verschillende onderwerpen en behandelingen.
Vragen over kwaliteit?
Heb je vragen over kwaliteit en veiligheid bij ZGT? Mail dan naar kwaliteitenveiligheid@zgt.nl.
Toezicht door Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd
Iedereen moet in Nederland op goede en veilige zorg en jeugdhulp kunnen vertrouwen.
Alle ziekenhuizen in Nederland moeten zelf meten en controleren hoe goed hun zorg is. Dat doen zij op basis van wetten, landelijke afspraken en kwaliteitsindicatoren. Ook ZGT doet dit.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt hier toezicht op.
Hoe beoordeelt de IGJ ziekenhuizen?
De IGJ beoordeelt ziekenhuizen op landelijk vastgestelde indicatoren. Ook analyseert de inspectie meldingen en calamiteiten.
Naast de reguliere beoordelingen bezoekt de IGJ ziekenhuizen ook voor gesprekken over specifieke thema’s met een verhoogd risico. Dit gebeurt door aangekondigde en onaangekondigde bezoeken aan ziekenhuizen. Tijdens een bezoek kijkt de inspectie naar de algemene kwaliteit van het hele ziekenhuis en controleert of protocollen en regels goed worden nageleefd. Naast het controleren van kwaliteit en veiligheid op basis van wetten, regels en normen toets en bespreekt de IGJ ook met het ziekenhuis wat er gedaan wordt om de zorg steeds te blijven verbeteren.
Sterftecijfers (HSMR en SMR)
ZGT doet er alles aan om je zo goed en veilig mogelijk te behandelen. Toch kan het gebeuren dat een patiënt overlijdt. Daarom worden elk jaar de sterftecijfers van ziekenhuizen berekend en openbaar gemaakt. Hieronder lees je wat deze cijfers betekenen en hoe ZGT ze gebruikt om de zorg te verbeteren.
Elk jaar wordt voor ieder ziekenhuis het sterftecijfer berekend. Dit heet de Hospital Standardised Mortality Ratio (HSMR).
De HSMR laat zien of het aantal overleden patiënten in een ziekenhuis hoger of lager is dan het landelijk gemiddelde.
Omdat ziekenhuizen verschillen in het soort en de ernst van ziektes, worden de cijfers gecorrigeerd. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar leeftijd, geslacht, de hoofddiagnose (de reden van opname) en andere aandoeningen.
Van iedere opname worden deze gegevens vastgelegd. Op basis van alle gegevens van ziekenhuizen in Nederland wordt per patiënt een verwachte sterftekans berekend. Die verwachte sterfte wordt vergeleken met het werkelijke aantal overleden patiënten in een ziekenhuis. Dat verschil vormt de HSMR.
De norm ligt op 100:
Is de HSMR duidelijk hoger dan 100? Dan zijn er meer patiënten overleden dan verwacht.
Is de HSMR duidelijk lager dan 100? Dan zijn er minder patiënten overleden dan verwacht.
De HSMR van ZGT is in 2024 99. Het 95% betrouwbaarheidsinterval is 91–107. Dit betekent dat het sterftecijfer van ZGT in 2024 niet afwijkt van het landelijk gemiddelde.
De uitgebreide resultaten staan in het HSMR-rapport 2022–2024.
Een betrouwbaarheidsinterval bestaat uit twee cijfers: een ondergrens en een bovengrens.
Liggen beide cijfers onder de 100? Dan is de sterfte aantoonbaar lager dan het landelijk gemiddelde.
Liggen beide cijfers boven de 100? Dan is de sterfte aantoonbaar hoger dan gemiddeld.
Ligt het ene cijfer onder de 100 en het andere erboven? Dan wijkt het sterftecijfer niet aantoonbaar af van het landelijk gemiddelde.
Naast de HSMR wordt ook de Standard Mortality Ratio (SMR) berekend.
De SMR werkt hetzelfde als de HSMR, maar dan voor een specifieke diagnose of patiëntengroep. Zo wordt duidelijk hoe de sterfte is binnen bepaalde aandoeningen of specialismen.
De SMR-cijfers van ZGT per diagnose- en patiëntengroep staan in het HSMR-rapport 2022–2024.
ZGT gebruikt de sterftecijfers om de kwaliteit van zorg te verbeteren. Daarbij wordt vooral gekeken naar sterfgevallen die mogelijk te voorkomen waren (vermijdbare sterfte).
De sterftecijfers worden gevolgd per diagnosegroep en per medisch specialisme. Zo kan worden onderzocht waardoor cijfers hoger zijn dan verwacht en welke verbeteracties nodig zijn.
Daarnaast registreert ZGT meldingen van incidenten, complicaties en calamiteiten in een eigen meldsysteem. Dit gebeurt bij alle situaties waarin de zorg anders is verlopen dan verwacht, niet alleen bij overlijden.
De uitkomsten van deze onderzoeken worden gebruikt om zorgprocessen te verbeteren en onbedoelde schade te voorkomen.
De Consumentenbond heeft een leeswijzer ontwikkeld die helpt om sterftecijfers beter te begrijpen.
Calamiteiten
ZGT wil je veilige en goede zorg geven. Toch kan er soms iets onverwachts gebeuren dat ernstige schade veroorzaakt. Dat noemen we een calamiteit. Hieronder lees je wat ZGT doet bij een (mogelijke) calamiteit en wat je kunt verwachten.
Het kan gebeuren dat er iets niet goed gaat waardoor ernstige schade ontstaat. Dan is er sprake van een calamiteit.
Iedere medewerker van ZGT kan een (mogelijke) calamiteit melden bij de Raad van Bestuur.
De Raad van Bestuur legt de melding voor aan de calamiteitenbeoordelingscommissie. De commissie beoordeelt de melding. Er zijn drie mogelijkheden:
Het is een calamiteit.
Binnen drie werkdagen wordt dit gemeld bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Daarna start een onderzoek door een calamiteitencommissie.Het is nog niet duidelijk.
Eerst volgt intern onderzoek. Dit moet binnen zes weken klaar zijn. Blijft er twijfel of blijkt het toch een calamiteit? Dan wordt alsnog gemeld bij de IGJ.Het is geen calamiteit.
Als er wordt gemeld bij de IGJ, informeert de behandelaar jou en/of je naasten.
Een interne onderzoekscommissie bestaat uit getrainde onderzoekers. Dit zijn medisch specialisten, unithoofden, verpleegkundig specialisten en verpleegkundigen. De leden van de commissie zijn onafhankelijk en niet betrokken geweest bij de gebeurtenis.
Ook als een melding uiteindelijk geen calamiteit blijkt, levert het onderzoek vaak verbeterpunten op.
1.Feiten verzamelen
Alle betrokkenen brengen in kaart wat er precies is gebeurd. Zij maken een feitelijk verslag. Dit helpt om het verloop van de gebeurtenis goed vast te leggen.
2. Diepgaand onderzoek en analyse
De commissie spreekt met betrokken zorgprofessionals en met jou en/of je naasten als je dat wilt. Ook wordt het medisch dossier, protocollen, richtlijnen en literatuur bekeken.
De commissie maakt een reconstructie en analyse. Daarbij wordt onderzocht wat er is gebeurd en welke maatregelen nodig zijn om herhaling te voorkomen.
Het onderzoek gaat niet over schuld, maar over verbetering van het zorgsysteem. Het doel is herhaling voorkomen.
3. Rapport en verbetermaatregelen
De conclusies en verbetermaatregelen worden besproken met de betrokken vakgroep. Daarna legt de commissie alles vast in een rapport.
Het rapport wordt beoordeeld door de Raad van Bestuur en de Coöperatie Medische Staf. Daarna wordt het naar de IGJ gestuurd.
Een calamiteitenonderzoek kan veel impact hebben. Daarom word je via de intermediair van ZGT gevraagd of je wilt meewerken aan het onderzoek.
Als je dat wilt, volgt een gesprek met de calamiteitencommissie.
De conclusies en aanbevelingen worden daarna met jou besproken. Je ontvangt het volledige onderzoeksrapport. Ook achteraf kun je altijd contact opnemen met de intermediair als je vragen hebt.
Soms is meer tijd nodig voor zorgvuldig onderzoek dan de acht weken die de IGJ officieel geeft. In dat geval vraagt ZGT uitstel aan bij de IGJ.
In 2025 zijn 14 meldingen beoordeeld door de interne calamiteitenbeoordelingscommissie.
In 2025 zijn er vier calamiteiten vastgesteld.
In 2025 zijn naar aanleiding van onderzoeken 12 verbetermaatregelen vastgesteld.
Verbetermaatregelen worden besproken met het clustermanagement. Zij zorgen ervoor dat deze maatregelen worden uitgevoerd binnen de afdeling of maatschap.
De voortgang wordt regelmatig besproken met de Raad van Bestuur. Ook worden leerpunten gedeeld binnen de medische staf, zodat iedereen ervan kan leren.