Tropenartsen maken het verschil tijdens en na hun opleiding

De opleiding tot arts Internationale Gezondheidszorg en Tropengeneeskunde is in medisch opleidingsland een vreemde eend in de bijt. Het is een erkende profielopleiding, maar de ziekenhuizen moeten deze zelf bekostigen. ZGT leidt al meer dan dertig jaar tropenartsen op. “Omdat we het belangrijk vinden om onze kennis te delen en te leren van situaties in landen met beperkte middelen”, weet Martijn Lutke Holzik. Hij leidt als chirurg artsen op die hun kennis vervolgens verder brengen naar landen als Sierra Leone. Hij zag met eigen ogen onlangs weer hoe belangrijk dit is.


Het Nederlandse trainingsprogramma in Internationale Gezondheid en Tropische Geneeskunde is uniek in de wereld. De opleiding bestaat uit twee profielen; een klassiek profiel: chirurgie en gynaecologie/verloskunde en een moeder en kind profiel: kindergeneeskunde en gynaecologie/verloskunde. De opleiding wordt vervolgd door de Nederlandse tropen cursus (NTC) en een buitenlandstage van zes maanden. Deze onderdelen betalen de artsen in opleiding zelf.

Heftige situaties

Lutke Holzik: “Onze tropenartsen zijn enorm gemotiveerde collega’s. Het zijn maatschappelijk betrokken mensen die kunnen werken onder moeilijke omstandigheden. Hun kennis, ervaring en creativiteit zetten zij in het buitenland in en nemen dit vervolgens ook weer mee terug naar Nederland.” Collega Peggy van der Lans, opleider gynaecoloog, beaamt dat. “De tropenarts ziet in Afrika vaak situaties die wij in Nederland nog zelden zien vanwege adequate scenariotrainingen. Dat zijn bijvoorbeeld stuipen bij zwangerschapsvergiftiging en baarmoederverwijderingen vanwege een gescheurde baarmoeder of heftige bloedingen na de geboorte van een kind. Dit betekent dat zij zich het belang van de trainingen nog beter realiseren. Met de kennis die in het buitenland is opgedaan en door onze werkbezoeken, verbeteren we de opleiding steeds weer.”

Ze vertelt verder: “In hoog tempo proberen we de artsen de benodigde competenties én de inhoud van het vak bij te brengen. Voor het werken in dergelijke Low and middle income countries LMIC), waar de omstandigheden vaak extreem zijn, moet je goed voorbereid zijn. Daarom hebben we tijdens de opleiding veel aandacht voor zaken als stressbestendigheid, communicatie, je grenzen bewaken, creativiteit en het kunnen delen van kennis. De mensen in dergelijke landen zijn vooral bezig met overleven. De therapeutische beslissingen die worden genomen moeten goed op de (culturele) behoeften van de patiënten zijn afgestemd.

Een slecht been kan in een ontwikkelingsland soms beter zijn dan een geamputeerd been. En een baarmoederverwijdering is in dergelijke landen voor een moeder zonder kinderen een garantie voor een waardeloze toekomst. Kinderen spelen later vaak een belangrijke rol in de zorg voor hun ouders. Met recht dus waarde gedreven zorg! Veel doen met minder middelen, maar de handen op de rug houden is soms nog belangrijker. Best lastig om niet in te grijpen, maar om dan te blijven begeleiden en opleiden. Je moet vertrouwen op je kennis, kunde en je gevoel, weloverwogen beslissingen maken en snel handelen. Dat is vaak erg heftig.”

Omdat zieke mensen meestal eerst naar traditionele dokters gaan, komen ze laat met hun klachten in het ziekenhuis. Tropenziektes, epidemieën, slechte hygiëne en ondervoeding zijn dagelijkse kost. Een belangrijk onderdeel van de opleiding is om na iedere verrichting of ervaring in de Nederlandse situaties de dokter de vraag te stellen: hoe zou je deze situatie in een LMIC aanvliegen?

Lutke Holzik vervolgt: “Voor chirurgie geldt; je leert het vak door het te doen. We laten de artsen in ons ziekenhuis en in Hardenberg, waar we op dit gebied een samenwerking mee hebben, dus vooral veel ervaring opdoen. Zodat ze zoveel mogelijk klaar zijn om in het buitenland aan de slag te gaan.” Hij benadrukt dat de Nederlandse artsen vooral hun kennis overdragen in dergelijke landen en niet de gang van zaken willen veranderen in het ziekenhuis. “Eigenlijk is het vooral belangrijk om mensen daar te leren hoe ze het beste kunnen handelen en dan moeten we er ook weer weggaan. We willen niet zomaar wat doen, maar ze leren om op eigen benen te staan. Dat doen we dus met beperkte
menskracht en middelen. Het kan allemaal beter, maar het is beter dan niets. Ik ben er trots op dat we als ziekenhuis onze nek uitsteken en niet opzij kijken. Doordat wij enthousiast zijn over ons werk daar, gaan er steeds vaker ook andere specialisten naartoe om hun kennis te delen. Daar ben ik heel blij mee.”


Sierra Leone

Momenteel worden binnen ZGT zes artsen opgeleid. Lutke Holzik: “ZGT heeft sinds twee jaar een (pilot) samenwerkingsovereenkomst met een ziekenhuis in Sierra Leone (Masanga), waar de artsen een half jaar werken tijdens hun opleiding.” De ZGT-artsen zijn daar enthousiast over. “Want dit zorgt ervoor dat we daar gedurende lange tijd kennis kunnen overbrengen en de opleiding meer kunnen afstemmen op de behoefte van de assistent in opleiding. Belangrijk voor de continuïteit en duurzaamheid van dit project. In Masanga wordt vooral veel gedaan aan opleiding en supervisie van de lokale staf.”
Overigens wordt niet alleen ter plekke kennis gedeeld. Dit gebeurt ook bijvoorbeeld via WhatsApp groepen. Vaak worden foto’s gemaakt en kunnen artsen samen op afstand de beste aanpak bespreken. Van der Lans: “In verbinding blijven met elkaar en samenwerken aan goede zorg op maat. De tropenartsen moeten als een rijker mens terugkomen.”